Arbeid is zichtbaar gemaakte liefde. En als je niet met liefde arbeiden kunt en enkel met tegenzin, dan is het beter je arbeid op te geven en te gaan zitten bij de tempelpoort om aalmoezen in ontvangst te nemen van hen die vol blijdschap arbeiden. Want als je met onverschilligheid brood bakt, bak je een bitter brood dat slechts ten dele ’s mensen honger stilt. En als je afgunstig de druiven perst, werkt je afgunst een vergif in de wijn. En zo je zingt als de engelen en van zingen niet houdt, sluit je ’s mensen oren voor de stemmen van de dag en voor de stemmen van de nacht — Kahlil Gibran

Boekenbalie biedt 50 cent voor De Profeet, de prijs van een ei en een likje mosterd. Ik sta twee uur eerder op om het boekje te lezen voor ik naar werk ga, klapper met mijn oren bij het lezen van de inleiding: was Gibran geen mysticus zoals hij lijkt op papier? Hij liet zijn zus Marianna werken om in zijn levensonderhoud te voorzien, wat me doet denken aan de zus (moeder?) van Thoreau die koekjes en de schone was naar Walden Pond brachten — net als mijn moeder die ingevroren bonensoep meegeeft als ik in de auto stap en naar Amsterdam rijd. Ik stop het boek in de doos en sluit de flappen, wat voelt als de was opvouwen. Sinds ik het lezen als werk beschouw is arbeiden me lief. Gek genoeg ook het tweede werk, het werk na het lezen in de ochtend, waarschijnlijk omdat ik dan al voor mezelf heb gewerkt, mijn ego heb uitgeput, de rest van de dag de rest krijgt.