Aan de rand van Middelburg ligt een groot vierkant parkeerterrein, met af en toe gekleurde parkeervakken, vermoedelijk om de eindeloze rij identieke opties te doorbreken, duizelingwekkend als je als eerste arriveert. Ik vertrouwde het niet en ging op een zwart vak staan, naast een witte SUV. ‘Wat een grote parkeervakken’ zei mijn moeder toen ze uitstapte. Ik had strak tegen de linkerlijn geparkeerd zodat het portier aan haar kant geen krassen zou maken. Om het parkeerplein, strak als bij Monopolie, kaveltjes: Leen Bakker, Goossens, Pronto wonen, Karwei, Praxis, een dierenwinkel, een tuincentrum. Na twee lampen, een stekkerdoos en een rij gekleurde schuursponsjes (1,29 euro) gekocht te hebben liepen we nog even door het tuincentrum, opgezet als een labyrint. Daar troffen we een iclean dog wash, een roestvrijstalen hondenwasstraat — een hond met bruine krulletjes zat in de wastobbe die leek op een superprofi rechthoekige afwasbak. Het was ongelooflijk maar de hond leek exact op de levensgrote foto die tegen de roestvrijstalen wand geplakt zat, alsof deze wasstraat speciaal voor hem was geïnstalleerd. Op dit soort momenten is het handig een foto te nemen, niet iedereen zal geloven wat je schrijft. De fotohond had schuim op zijn kop. De reële hond was verder in het proces, dat in logische stappen op de machine stond, een bedieningspaneel met buttons. De vacht was al gereinigd met antiteken- en antivlooienshampoo (‘laten zitten! 30 seconden’). Alleen nog een muntje erin om lekker te föhnen. De man zweefde met zijn vinger boven de ‘föhn laag volume’, de vrouw drukte op de knop eronder (‘föhn hoog volume’). Dit verliep in harmonie hoewel dit makkelijk had kunnen ontsporen. Op de trui van de vrouw stond in roze letters ‘Not in NY yet’ en daaronder ‘Next stop: unknown’. Ik weet niet wat op de voorkant stond. Op de trui van de man ‘rebel’. De hond onderging mindful de wasbeurt, geen geblaf, geen gespring, de vrouw vertelde na ons ‘lekker schoon’ ‘lekker zonder rugpijn’, wat ik herken van de auto stofzuigen, om rugpijn niet te provoceren, niks uit te lokken doe ik het niet. Toen ik 24 was dacht ik dat ik de auto waarin ik reed met regelmaat door een wasstraat zou rijden. In de praktijk viel dat enorm tegen: onder extreme druk stofzuigen na het cleanen, steeds muntjes bijgooien, relaxt voelde het nooit, ik kon nog wat leren van deze twee. Een verlengsnoer van honderd meter driehoog uit het raam hangen was ook geen optie, ik herinner me Amsterdam als één groot permanent cirkelen op zoek naar een parkeerplek in de buurt, wat me zo ging tegenstaan dat ik zelden ‘s avonds de deur uitging en uiteindelijk naar Noord verhuisde. Grote vreugde vandaag bij het lege parkeerplein in Middelburg, echt rust, en bij al de dingen in het tuincentrum, dat op me overkwam als een wonderlijke cadeaushop, met onder andere miniterraria met kunstige kleine mosbegroeiingen (door de condens grotendeels onzichtbaar) en dikke groene washanden waarmee je planten blad voor blad kunt reinigen (zo’n washand heb ik ooit voor de auto gekocht, om de carrosserie te waxen). Bij de uitgang van het tuincentrum lagen boeken in de ramsj: licht beschadigd. Daar ontdekte ik Stéphanie Hoogenberk. We hebben het over je gehad. In één ruk uitgelezen. Aan iemand uitleggen waarom het boek ontzettend grappig is is ondoenlijk als je niet over dat vermogen beschikt. Boeken navertellen is sowieso mosterd na de maaltijd: jij hebt die al lekker op. Nog even gegoogled op de dog wash unit (‘een ideale extra inkomstenbron voor bijvoorbeeld een dierenwinkel, een tuincentrum, een apartementencomplex’).