Terwijl onze emoties van kinderlijke eenvoud zijn, kunnen onze gedachten vertakken met een nooit eindigende complexiteit β€” G.K. Chesterton

Kolibrie klinkt exotisch. De kolibrivlinder vliegt rond, naast de oploskoffie in de ochtend, heerlijk briesje op het terras, de zon. Beschaving komt met rechte lijnen: Etruskische zuilen, muren van baksteen, het wegennet. G.K. Chesterton noemt het oppervlakkige beschaving. Ik denk aan hoe het metalen bakje met het kunststof rastertje voor ijsklontjes inmiddels is vervangen door een plastic zakje met holtes dat je vult met water. Als je het zakje omkeert is het op miraculeuze wijze waterdicht. Daaronder dreigt de waanzin van de despoot wiens mogelijke aantasting van de macht hem tot meer waanzin drijft. Dat is van alle tijden, schrijft G.K. Chesterton. De kolibrievlinder wordt ook onrustvlinder genoemd. β€˜De tong van de vlinder bereikt een lengte van ongeveer twee tot drie centimeter en is net zo lang als het lichaam. De tong wordt wel roltong of proboscis genoemd, omdat de tong in rust wordt opgerold. De tong bestaat uit twee uitsteeksels van de onderkaak, die samensmelten nadat de vlinder uit de pop is gekropen. De buisvormige roltong kan door de lengte diep in bloemen worden gestoken.’ De wijsheid van de wereld is haar dwaasheid (G.K. Chesterton). De mens is een vreemdeling op aarde, anders dan de dieren (G.K. Chesterton). Ik ben bang voor de waanzin van de despoot, de oneindig vertakkende gedachten, de roltong die in close up op een chirurgisch precisieinstrument lijkt. De onrust zit in mij. Hij vliegt kinderlijk eenvoudig de rechte lijnen van het gladde huis binnen.