Ik schreef voortdurend, ook al bleek het inspannend en bijna altijd teleurstellend — Elena Ferrante

Die inspanning is toe te schrijven aan het feit dat het heden — het hele heden, ook dat van de ik die de ene letter na de andere schrijft – er niet in slaagt de gedachte, die ook visioen is en die altijd eerst komt, die altijd verleden is en daarom de neiging heeft te vervagen, helder vast te houden. Ik las die enkele regels, ontdeed ze van de ironie, verdraaide ze, paste ze voor mezelf aan. En ik stelde me een race tegen de klok voor, een race waarin degene die schrijft altijd achterblijft. Terwijl de letters zich in feite snel en dwingend aaneenregen, vluchtte het visioen weg en was schrijven steeds gedoemd tot ergerlijke onnauwkeurigheid. Het schrijven vergde te veel tijd om het golven van de hersenen vast te leggen. De ‘vele letters’ waren traag, ze zwoegden om verleden te vangen terwijl ze zelf verleden werden, er ging veel verloren. Als ik nalas wat ik had geschreven, kreeg ik de indruk dat een door mijn hoofd flitsende stem meer meevoerde dan wat later echt letter was geworden — Elena Ferrante, In de marge (2021) vert. Marieke van Laake