Ik zit op twee stoelen, lees het interview van Cees Nooteboom met Fellini over Il Casanova di Federico Fellini. Benen en blote voeten baden in een strookje zonlicht dat de luifel onbedekt laat, likkend licht*, heerlijk warm — in alles een aangenamere ervaring dan pootjebaden in zee, wat ik niet doe. De zee is de eerste 30 seconden koud, en daarna ook, hoe langzaam ik me ook voortbeweeg, de blik standvastig gericht op de horizon en huiverig op de kwallen, glasachtige plumpuddingen, die in overvloed op het strand liggen, al heb ik er de ogen niet voor om dat tegelijk te doen. Vogels met ogen aan de zijkant van hun kop kunnen dat wel, zowel het graantje of wormpje of wiertje op de grond waarnemen als het gevaar in de verte. Ze lopen de hele tijd in spurtjes met gekantelde hoofdjes, wat me ontroert. Ik ben een monster om in de gaten te houden.

* Maud Vanhauwaert

[Kinderen dragen dode kwallen die de zee heeft uitgespuwd op gele plastic schepjes terug naar zee. In de tuin, de hortus conclusus, vliegt een libelle honderden achtjes, onvermoeibaar als een coureur in een 24-uursrace. Net toen ik dacht dat dit een wonderlijke observatie was, kwam een muisje een gele bloem op een steeltje losrukken. Hij verdween onder de struiken. Cees Nooteboom schrijft dat een bepaalde passiviteit die het reizen eigen is hem bevalt, je beweegt weliswaar, maar voornamelijk passief, je belangrijkste zelfopgelegde taak betreft kijken (hij noemt zich ‘controleur van de werkelijkheid’). Ik proef die woorden als een ijsblokje op mijn tong. Ik beschouw kijken ook als een taak, ik houd van het passieve, het luie, het gemakzuchtige, maar controleren vooronderstelt dat een of andere kaart van de werkelijkheid bekend is. Ik heb die kaart niet, ik kijk om verrast te worden. Ik wist niet dat libelles in de avondzon een kwartier lang lemniscaten vliegen, wat voelt als een eeuwigheid omdat ik in volle concentratie geen moment wil missen. Ze genereren een ongelooflijke snelheid (alsof die vorm meer snelheid en genot genereert dan een ovaal). Ik lees om te kunnen reizen: Nootebooms stuk over de onmetelijke leegte op het fresco van Tiepolo in Würzberg wekt dezelfde begeerte als toen ik las over het gat waarover Bianca Stigter las. Google Maps zegt dat enkele reis Würzberg 555 kilometer is, 37 liter benzine, 87,32 euro. In een vroeger leven zat ik morgen in de auto. In een huidig leven draai ik als een geit om een paaltje en knabbel aan het gras. Ik kom toe aan wat Cees Nooteboom schreef in 1981. Zijn boek Voorbije passages ligt in een Zeeuwse voortuin voor één euro. Ik mag niet stelen vermeldt een bordje, alles wordt op video vastgelegd, de euro kan ik door de brievenbus doen. Het blijkt een brievenbus met borstelrand, de munt valt schoon op de deurmat.]