Een eekhoorn raast over het grasveld en verstopt noten om ze later op te eten. Voorraad voor een gure winterdag, stel ik me voor. Zo lees ik, zittend op een kruk, in de schaduw van wat anderen schreven. Drie jaar later kom ik verdwaalde notities tegen. Ik ontdooi, precies zoals in één ervan verteld wordt over hoe dat ongeveer werkt (‘bijl voor de bevroren zee in ons’).