Hoe de poëzie van Szymborska je nog steeds tot tranen toe weet te roeren, en je even later alweer laat grinniken

Waarom blijven de gedichten van Wislawa Szymborska ook na haar dood zo fascineren? Schrijver Tjitske Jansen maakte er een bloemlezing van. ‘Eigenlijk is elk gedicht hierin mijn lievelingsgedicht.’

Relativeren. Morrelen aan wat vast lijkt te staan. Dat is wat de Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Wislawa Szymborska (1923-2012) doet. Ze verzet zich tegen de aanname dat bijvoorbeeld de eerste liefde het belangrijkst is. Of juist de echtelijke.

In de bloemlezing Een titel hoeft niet herinnert Szymborska ons er weer eens aan dat niets vanzelf spreekt. Dat wisten we toen we klein waren, maar we zijn het vergeten. Haar poĂ«zie is een uitnodiging, schrijft Tjitske Jansen in haar inleiding bij haar bloemlezing, om onbevangen op onderzoek uit te gaan, zoals kinderen dat doen.

Ook bij het in ontvangst nemen van de Nobelprijs voor Literatuur in 1996 refereerde Szymborska hieraan, vertelt Jansen (54), die haar altijd op de voet heeft gevolgd. “Ze zei in haar toespraak dat we in het dagelijks leven uitdrukkingen gebruiken als ‘gewone wereld’ of ‘het gewone leven’, en dat in de taal van de poĂ«zie niks gewoon is. Niks is normaal. Geen steen en geen wolk boven een steen. Geen dag en geen nacht na een dag. En al helemaal niet iemands bestaan op deze aarde.”

Op de vraag welk gedicht uit haar bloemlezing haar het meest dierbaar is, zegt Jansen: Het schrijven van een c.v. â€œIk heb zelf een jaar of twintig het hele land door gecrosst voor het geven van optredens en workshops op middelbare scholen. Een van de gedichten die ik steevast bij me had, was dat gedicht. Ik ken het uit mijn hoofd. Ik gebruikte het als springplank voor een gesprek over vrijheid. Over hoe we bijna allemaal aangepaster zijn dan goed voor ons is. Aangepaster ook dan we zelf in de gaten hebben.”

“Normaal gaat het in een curriculum vitae om feiten”, zegt Jansen. “Niet om de momenten waarop je overstroomde van verbazing. Niet om de mensen, dieren, kunstwerken, landschappen, steden en gebeurtenissen in je leven die er voor jou het meest toe doen. Het gedicht Het schrijven van een c.v. was een belangrijke inspiratiebron bij het maken van mijn eigen tweede dichtbundel, Koerikoeloem. Die is te lezen als een cv waarin het juist wel om wezenlijke dingen gaat, en niet om de feiten.”

Het schrijven van een c.v.

Wat moet je doen? 
Je moet een aanvraag indienen 
en bij die aanvraag een c.v. insluiten. 

Ongeacht de lengte van het leven 
moet het c.v. kort zijn. 

Bondigheid en selectie zijn verplicht. 
Vervang landschappen door adressen 
en wankele herinneringen door vaste data. 

Van alle liefdes volstaat de echtelijke, 
en van de kinderen alleen die welke geboren zijn. 

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent. 
Reizen alleen indien buitenslands. 
Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom. 
Onderscheidingen zonder waarvoor. 

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat 
en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven. 

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten, vogels, 
rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen. 

Liever de prijs dan de waarde, 
de titel dan de inhoud. 
Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt, 
hij voor wie jij doorgaat. 

Daarbij een foto met één oor vrij. 
Zijn vorm telt, niet wat het hoort. 
Wat hoort het dan? 
Het dreunen van de papiervernietigers.

De schoonheid van een zeekomkommer

Eigenlijk is elk gedicht in de bloemlezing een lievelingsgedicht van Jansen, zegt ze. Bijzonder vindt ze Autotomie, over een zeekomkommer die zich bij gevaar in tweeĂ«n deelt. Zijn ene helft staat hij aan de wereld af om op te eten, terwijl hij met zijn andere vlucht. “Hij sterft zoveel als nodig, binnen de proporties. Uit de behouden rest groeit hij weer aan. Szymborska heeft ons met dit gedicht een beeld geschonken voor de momenten en perioden waarin we pijn ervaren die te groot lijkt om te kunnen dragen.”

Ze troost ons dus als lezer en geregeld ook laat ze je glimlachen, soms zelfs hardop lachen. Jansen verbaast zich nog steeds over Szymborska’s lenige geest, haar diepgang, haar lichtheid, haar relativeringsvermogen. “Haar lievelingswoorden waren ‘ik weet het niet’. Hoe krijgt ze het voor elkaar me zo, tot tranen toe, te raken, en me even later alweer te laten grinniken? Of schateren.”

Volgens Jansen is Szymborska’s humor die van een observerende denker. “Als je opschrijft wat Ă©cht het geval is, wat er Ă©cht te zien en te horen is, dan is dat vaak vanzelf al komisch. Tragikomisch. Neem het gedicht Thuiskomen. Daarin zien we een man van rond de veertig die thuiskomt. Hij voelt zich duidelijk niet goed en gaat met zijn kleren aan in bed liggen. De volgende morgen moet hij een lezing houden over de homeostase in de metagalactische astronautiek. Maar voorlopig ligt hij als een foetus te slapen. De hooggeplaatste man maakt ze heel klein. Zoals ze dicht: Hij is rond de veertig, maar niet op dit ogenblik.”

Als Szymborska haar blik richt op de dood en op oorlog, wat ze vaak doet, gaat de humor meer schrijnen. Een van haar bekendste gedichten, Einde en begin, begint zo:

Na elke oorlog
moet iemand opruimen
min of meer netjes
wordt het tenslotte niet vanzelf. 

Iemand moet het puin
aan de kant schuiven
zodat de vrachtwagens met lijken
door kunnen rijden.

Het opruimen, het ergens min of meer netjes maken, is taal die eerder bij een huis hoort, of een kamer in het huis, dan bij een oorlog. “Hier heeft de humor iets wanhopigs en bezwerends. Ze lijkt humor te gebruiken om iets te kunnen schrijven over wat eigenlijk te groot, te verschrikkelijk is. Maar het is ook gewoon waar. Na elke oorlog moet iemand opruimen. En alle camera’s zijn allang weer naar een andere oorlog.”

Vindt Jansen het jammer dat Szymborska niet meer leeft, dat zij haar niet meer kan bezoeken? “Nee hoor. Met haar werk heeft ze me al genoeg gegeven. Het is de vraag of een ontmoeting daar iets aan toe zou voegen. Hoewel, bedenk ik me nu, ik zou het best leuk vinden om haar nog een cadeau te geven.”

Ze denkt dan aan een tekening van kunstenaar Gummbah. “Die waarop een man in zijn lekkere stoel in de Bijbel zit te lezen – over de jaloerse KaĂŻn en diens broer Abel – en uitroept: ‘Pas op, Abel! Achter je!’ Het werk van Szymborska vertoont grote overeenkomsten met dat van Gummbah, vind ik. Als je goed kunt observeren Ă©n je bent slim, dan kan het haast niet anders dan dat het humor tot gevolg heeft.”

Dat Szymborska niet zoveel op had met belangrijke mensen die belangrijk deden, bleek ook uit wat ze vele jaren later in een NRC-interview vertelde na het bezoek van filosoof Jean-Paul Sartre. Hij kwam samen met Simone de Beauvoir eind jaren vijftig langs in Krakau, in een schrijverspand waar ze toen woonde. Over hem zei ze: “Hij stond daar met dat geheven vingertje en zei dat we van Rusland af moesten blijven. Rusland was onze enige hoop, verkondigde hij. Daar moest ik toen al erg om lachen, hij wist niet eens waar Polen precies lag, laat staan dat hij wist wat er hier aan de hand was.”

stem: tjitske jansen

titel: een titel hoeft niet

perspectief: selectie lievelingsgedichten en inleiding

bron: trouw (ally smid, 2 december 2025)

mopw: meerstemmig wikipedia