‘Niets vindt mijn dochter leuker dan de glijbaan, die ze dan ook ‘blijgaan’ noemt’ en waarvanaf ze een uur onafgebroken kan schuiven — er schuilt een bezeten dichtertje in het driejarige dochtertje
[het lezen van Leven in mootjes, waarin Maud Vanhauwaert constateert dat de Nederlandse taal een alfabet kent waarin complete woorden schuilen: nop, hij, ijk. Daar geraakt ze serieus van in haar nopjes.]