Ik schud blikjes en bierflesjes leeg waar het uitkomt, als een hond die zijn poot optilt en geursporen achterlaat: in perkjes en struiken, bij dikke bomen, in de goten van straten, in het gras, bij opengescheurde bruine zakken en slappe lege ballonslurfjes (kleurige diertjes) naast lachgascilinders op parkeerplaatsen. Ik hurk of kniel, steek mijn arm door spijlenhekken. Houd ze ondersteboven, sla met gestrekte arm de laatste druppels neer, zo ver mogelijk bij me vandaan (mierzoete energiedrank). Kan de plantenwereld wat met suikerwater? Blikjes die driekwart vol zijn giet ik leeg in het riool. Mooie putdeksels met druppelvormen, elegante wildroosters, sieren Amsterdam. Oh heerlijke geometrie! Amsterdam Realtime is een kaart uit – ik meen 2002 – met plekken waar iemand daadwerkelijk was, een in realtime opdoemend stratenplan van Amsterdam, waarvan de straten dikker en dikker werden naarmate iemand er vaker liep, terugkerende routes en looprichtingen die dieper en dieper in het zwarte beeld werden geëtst, een dagboek in witte sporen. Een man, Chris, liep een duif. Ik stel me voor dat ik een stip ben op die kaart, een vlek die zich uitbreidt als inkt op vloeipapier, omdat ik zo lang stil sta op één plek, net als de schoenpoetser op de allereerste foto.