Alle mensen kennen het nut van het nuttige: niemand begrijpt het nut van het nutteloze — Zhuang Zi

Alles ging mis, zegt het boek, toen de mens overstapte op landbouw. Ramspoed galore: geweld, honger, ziekte (‘zwaard, honger, pest’). De rampen waren zo groot dat de straffende god die ze uitdeelde even enorm moest zijn: een monotheïstische absolute supergod, wraakzuchtig, vol toorn. Dat was nieuw.

Mislukte oogsten leiden tot honger. Dieren opeengepakt tot ziekten, mensen opeengepakt tot epidemieën. Grondbezit tot afgunst, armoede tot geweld. Aan verknipte kavels heeft een landbouwer niks. De eerstgeborene erft alles.

De mens houdt van symmetrie, evenredigheid, wederkerigheid. Als de straffen zo groot zijn, en de ellende was groot — landbouwers leefden minder lang, waren zieker, zwakker, misselijker, kleiner dan hun voorgangers, de jager-verzamelaars — moet de zonde die die straffen veroorzaakt (rationalisatie achteraf) dat ook zijn. Talrijk de geboden en verboden om nieuwe straffen te voorkomen. Maar het hield niet op!

Een varken rommelt gezellig in de modder, een varken is niet nuttig. Geen wol, geen melk. Eet liever geit, schaap, kip – daar heb je tussendoor wat aan, voordat je het doodt. Doet me denken aan Zhuang Zi. Het is goed toeven in de schaduw van een nutteloze boom, knoestig, krom, niet geschikt voor een tafel, een deur, een doodskist. Landbouw is te nuttig. Gaat gepaard met teveel angst. Misoogst. Te weinig regen, te veel regen. Ziektes. Stalbranden. Dingen worden voortijdig gedood, uitgeput, gekraakt.

We komen in landbouw nauwelijks toe aan het nut van het nutteloze.

Morele emoties zijn aangeboren. Jager-verzamelaars kenden die al. Ze horen bij overleven in kleine groepen. Als je klaploopt zal de groep je uitstoten. Religie was niet nodig voor het instellen van een moraal. Er was al een moraal. De Bijbel vertelt verhalen waarmee de mens grip probeert te krijgen op de enorme problemen en rampspoed.

Assyriërs, Babyloniërs, Romeinen. Nederlaag na nederlaag. Al die stammen in Israël, Juda gedecimeerd. Nog een enkele over. Steden en tempels vernietigd. Hoe doorsta je dat? Uiteindelijk in de verkondiging van de apocalyps, het laatste oordeel. In het hiernamaals zal het goedkomen.

Er zijn twee Jezussen, één onheilsprofeet, een wraakzuchtige, die zegt dat je kwaad moet vergelden, de vijand verslaan. En een lieve, zachtaardige, begaan met vrouwen, zwakken, zieken, zondaars. Ik wist niet dat er een boze Jezus is, ik ken alleen die andere. Maar ingroup-outgroupgedrag (wij-zijdenken) is niet vreemd voor een mensenzoon.

Ik verlang naar het nut van mijn nutteloosheid. Ik wil zien welke wereld dat brengt: als niemand je benut (uitput) kun je schaduwen werpen. Ik verlang naar AI, overzie de rampspoed van die overgang niet, omdat ik een landbouwkind ben, met anderen opgepropt leef in een vervuilde stad vol geweld (lawaai, vernieling, diefstal). Ik eet suiker.

[bij het lezen van Het oerboek van de mens, Carel van Schaik en Kai Michel]