Wij wonen in een tochtig huis. Door de winterkou en de hoge energieprijzen hebben we besloten ons huis te verkleinen. Het is te zeggen: we warmen alleen de slaapkamer op en daar leven we nu
tijdelijk met zijn allen. Het is verrassend hoe snel we daaraan wennen. Ons huis voelt als een vrucht met veel schillen en wij zitten samengehokt in haar warme kersenpit. Gisteren besloot ons dochtertje, in die slaapkamer, een huisje te maken in de kleerkast. Ze nodigde ons uit om op visite te komen. Voor we het wisten zaten we met zijn allen, kat inclusief, gepropt in die kast, slurpend van imaginaire theekopjes. Thigmofilie, het omgekeerde van claustrofobie, is een woord uitgevonden door bioloog Midas Dekkers. Het is het verlangen om je op te houden in kleine ruimtes, vanuit een hang naar baarmoederlijke geborgenheid. Ik heb al flink gevloekt op onze energieleverancier, maar stiekem dank ik hem om de thigmofiel in mij los te laten — Maud Vanhauwaert (Leven in mootjes)

[Ik appte een foto van deze bladzijde in het boek naar een eerder iemand. ‘Mooi beeld met die James Turrell’ antwoordde ze voordat ze de tekst had kunnen lezen. Er zit een rechthoekig gat in het boek, dat ik schuin omhoog hield, zodat de wolken en blauwe lucht in het hier en nu in het aldus ontstane dakraampje zichtbaar zou worden op de foto. Het gat is een tot filosoferen uitnodigende toevoeging aan het boek (Maud Vanhauwaert stopte een dagboek/essay over het ontstaan ervan in het gat, een gevouwen blaadje, dat daardoor functioneerde als een dik provisorisch papieren luikje). Ik ging met mijn gedachten over het gat een praktische kant op, het is heerlijk lezen met iets wat aan je vingers haakt, je hoeft het boek niet te torsen, het hangt zoals een theedoek aan zijn lus hangt, nee, wat ik doe is actiever, ik belees het boek zoals ik een auto bestuur, ik race erdoorheen, als een autocoureur, twee handen aan het stuur, vingers door de gaten, linker- en rechterpagina, nagels geknipt. Ik ken één ervaring die hierop lijkt: als ik boeken scan, dan verschijnt een klein rechthoekig raampje in de interface van de app, een gat, die de werkelijkheid toont temidden van de letters eromheen (de te verkopen boeken waarop de app een bod heeft gedaan). Het is zo’n surrealistische ervaring (alsof mijn scanmachientje niet echt is, alsof ik als een ongelovige Thomas mijn vinger in de wond kan steken) dat ik nodeloos screenshots maak, van mijn knie meestal. Totaal andere beleving dan de camera-app, waarbij de camera het hele scherm koloniseert, de werkelijkheid achter het machientje het bewustzijn overneemt, het scherm als venster. Het kleine gat legt juist de nadruk op het materiële van het apparaat. Opaak. Dat stuk lijkt. Zich even opent (de poortloze poort) alvorens te sluiten, als zand dat terugzinkt in een kortstondige voetstap op het strand. Ik kan honderd dingen schrijven over wat het gat doet. Ik stel me voor dat ik het boek – gelezen – in het midden van de stapel boeken op zolder stop, en dat er dan een fantastisch warm geïsoleerd rechthoekig holletje in het midden zit, een perfecte plek voor een knaagdiertje]

«