25.6.24 Wel [uitgelezen] van a tot z, van pagina 9 tot en met 381: Alice Munro, Het uitzicht vanaf Castle Rock. Mijn naam met balpen op het titelblad, en: juli 2014. Raadselachtig. Ik kan me niet voorstellen dat ik het toen heb weggezet zonder het te lezen, maar ik kan me ook niet voorstellen dat ik het toen heb gelezen zonder dat er iets van is blijven hangen. Dat het boek zelf geen sporen van geleesdheid vertoont, boeit me minder. Munro lees je niet met een potlood in de hand. Zij is/was niet van het aforisme of het uitroepteken. Zij is/was zo iemand die de zaal stil krijgt door zacht te praten. Twee zinnen ter adstructie: 

‘Ze woonde in een huis dat de oorspronkelijke boerderij was geweest, dicht bij de paardenstallen, samen met haar ouders, die zelden buiten kwamen.’

‘Toen mijn grootmoeder was overleden begon tante Charley haar greep op het dagelijks leven te verliezen en moest [ze] spoedig naar een verzorgingshuis worden overgebracht, waar ze op achtennegentigjarige leeftijd, na een lange stilte, stierf.’

Cursivering uiteraard van mij. Bijzinnen die je een vloed van details besparen. Onnadrukkelijk scoren.

[bij het lezen van We gaan zo, Koos van Zomeren]

Paar dagen leven met een boek, eigen gedachten bij een ander zoeken. We gaan allemaal dezelfde weg, sommigen schrijven daarover iets op, ook als ze over iets anders schrijven. Ik kan alles denken, maar mijn brein kan niet alles wegdenken. Irvin Yalom: we gaan dood, we zijn alleen, het leven is zinloos (zinnen maak je als je schrijft), vrijheid veroorzaakt angst. Deze existentiële waarheden wekken diepe angst op. ‘Mensen zijn ongelukkiger dan we denken,’ zegt Yalom. Je kan dat schrijven en het lost niks op. Dan kom je bij: hoe schrijf ik dat op? En, fundamenteler, hoe schrijf ik? Welke mogelijkheden gibt es?