But mostly I curl up inside my typewriter […] and wish that I could die — lyrics Steve McQueen, Skeleton Tree

Nick Cave verliest zijn zoon Arthur en zijn zoon Jethro. In 2018 begint hij een website – The Red Hand Files – waarin hij vragen van fans beantwoordt. Hij leest alle vragen, probeert ze te beantwoorden, een begonnen nooit eindigende taak, een praxis, reflectie. Het zijn er direct al 38.065.

‘I am the only one who has access to the questions that sit patiently waiting to be answered.’ 

Zo stel ik me ‘het zwarte ding’ (Gerda Blees) voor: Nick antwoordt (niet Claude, niet Gemini, niet Alexis, niet Siri, niet Google) als je een vraag voor Nick hebt. Niemand heeft weet van de vragen, alleen Nick. Anders gezegd: Nick is een mens met één computer, één bewustzijn, (on)geduld, slinkende tijd, een man met ravenzwart haar, die misschien antwoordt, misschien niet. Hij antwoordt niet altijd, hij antwoordt niet meteen. De vragensteller verdient zijn betere ik, niet zijn onmiddellijke, zegt hij in This much I know to be true, dat ik in brokstukken op youtube aantref. Sommige vragen zijn wanhoopsvragen. 

Het betere ik dat aarzelt versus de onmiddellijke machine die lawines tekst produceert waaronder de wanhopige verdwijnt.

Tijd is elastisch zegt Nick Cave. Je kan proberen weg te komen, maar elastiek (‘rubber band’) schiet je altijd terug naar het trauma, de tijd en de plek (de wal eromheen), de klif, Brighton.

De documentaire One more time with feeling gaat van zwartwit naar kleur. Ik moest exact om 20.30 uur kijken, hoewel ik online keek alsof ik een afspraak had met een mens.

[Als ik Nick Cave hoor denk ik altijd aan Ann Van den Broek – de immer elastische tijd katapulteert me naar haar studio]