Nada te turbe,

nada te espante

todo se pasa,

Dios no se muda,

la paciencia

todo lo alcanza,

quien a Dios tiene

nada le falta

solo Dios basta.

– Teresa de Jesus

Let nothing disturb you. Let nothing frighten you. All things pass away: God never changes. Patience obtains all things. He who has God Finds he lacks nothing; God alone suffices. – Teresa of Avila

Als je teksten snoeit zoals het brein zich voortdurend snoeit – het kapt wat het niet gebruikt – houd je over wat je kunt gebruiken. Nada te turbe. Laat niets je verontrusten. Laat angst je niet bang maken.

Let nothing frighten you: laat het Niets je bang maken, zegt de existentialist. Als je gaat denken wordt het niets. Het brein heeft geen stop, altijd honger. Het vuurt voordat het richt. Het remt af, tenzij.

Een koor van zeventig karmelieten ontmoet elkaar op het scherm. Ik kijk naar hun hoofden, luister naar hun etherisch gezang, ik zweef. Nada te turbe.

Ik voel l’esprit de finesse – zingende nonnen die een praxis hebben om hun levensangst te smoren – in harmonie met l’esprit de géometrie – een algoritme dat dit koor doet oppoppen in youtube, de vrouwen alle zeventig keurig op een rijtje projecteert. Atheïsten zijn vaak jeugdig en gezond, zegt de teacher. Is dat je weleens opgevallen? De entropie doet zich nog niet zo gelden. De leegte voor en na. De gedachten over de dingen die je hebt meegemaakt en die alles zwaar maken ankeren je nog niet aan de grond. De dingen lijken minder immens als je zelf in het centrum staat.

“The natural misfortune of our mortal and feeble condition,” Pascal says, “is so wretched that when we consider it closely, nothing can console us.” Men escape from considering it closely by means of the two sovereign anodynes of “habit” and “diversion.” Man chases a bouncing ball or rides to hounds after a fleeing animal; or the ball and fleeing game are pursued through the labyrinth of social intrigue and amusement; anything, so long as he manages to escape from himself. Or, solidly ensconced in habit the good citizen, surrounded by wife and family, secure in his job, need not cast his eye on the quality of his days as they pass, and see how each day entombs some hope or dream forgotten and how the next morning wakes him to a round that becomes ever narrower and more congealed. Both habit and diversion, so long as they work, conceal from man “his nothingness, his forlornness, his inadequacy, his impotence and his emptiness.” Religion is the only possible cure for this desperate malady that is nothing other than our ordinary mortal existence itself. – Irrational Man: A Study in Existential Philosophy

Ze heeft vijfentwintig gekleurde trainingsjasjes. Vandaag – op haar jaardag – draagt ze de babyblauwe. Had ik de liefde niet, had ik de angst niet. Op de dag dat ze sterft treed ik in bij de karmelieten. Ik veins dat ik roeping heb, dat ik gezond ben, lichamelijk en geestelijk. Op de eis dat ik tussen de 18 en 35 jaar ben worden gelukkig uitzonderingen gemaakt zegt Zr. Elvira Maria, provinciaal overste.