Op een nacht droomt Ferdinand Chaval (1836-1924) dat hij een paleis aan het bouwen is. Pas vijftien jaar later begint hij eraan wanneer hij op een dag tijdens zijn postronde over een steen struikelt. Een steen met een bijzondere vorm die hij mee naar huis neemt, de volgende dag neemt hij er weer een paar mee. Hij heeft geen architecturale kennis of vooropgezet plan, zegt hij zelf. Hij weet alleen dat hij een huis wil bouwen waarbij de vorm van de stenen zullen bepalen hoe het eruitziet. In zijn eentje begint hij eraan. Iedereen verklaart hem voor gek. Het sterkt hem in zijn overtuiging dat niets hem zal tegenhouden om zijn Palais Idéal te bouwen. En omdat het alleen aan zijn eigen eisen moet voldoen, zet hij een grotesk paleis neer waarin hij probleemloos de stijl van een hindoetempel met middeleeuwse en Moorse elementen mixt. De geesten die erover waken, zijn die van Julius Caesar, Archimedes en Vergincétorix, beweert hij zelf. In weer en wind blijft hij aan de gang, altijd hoger, altijd verder. De eenzaat, de fantast, wat ze ook van hem denken, zolang hij kan bouwen is hij content. Zijn obsessie is zijn beste vriend.

stem: Johanna Spaey
perspectief: niet exhaustief of allesomvattend, maar persoonlijk en eigengereid, een kleine encyclopedie in wording over eenzaamheid en alleen-zijn, geschreven voor Douglas Couplands Eleanor Rigby
titel: fantast
bron: Kleine encyclopedie van de eenzaamheid (2018)

[Ik struikelde over dit boek, het stond in een boekenkastje op straat, bedoeld om gevonden te worden. Oh, vreugde van vinden, niet hoeven kiezen, er is voor jou gekozen, daar ligt het, de volle rijkdom van het onverwachte! Ik herken me in Cheval en in het boek – wat is een lemma anders dan een bouwsteen van een ideaal dat nooit af is, gevuld met wat je onderweg vindt.]