René (Reinardus) Huigen (Alkmaar, 1962) is dichter en schrijver. Hij maakte oorspronkelijk deel uit van de Maximalen, maar verliet deze groep al snel.

Wikipedia onderbreekt de tekst.

[foto gewenst – heeft u een foto gemaakt die u ter beschikking wilt stellen? Klik hier om deze te uploaden.]

Huigen doceerde in de jaren negentig van de 20e eeuw aan de Schrijversvakschool ‘t Colofon in Amsterdam.

Klopt! Later ook nog. Ze had les van hem. Toen hij haar ijverig aantekeningen zag maken vroeg hij haar of ze niet een collegedictaat voor hem wilde maken ‘want hij vertelde elk jaar alles weer opnieuw’. Hij besteedde aandacht aan metrum, aan Engelse poëzie.

René Huigen heeft in De man die alles zag problemen met een stortbak waar het water al eeuwen doorheen spoelt. Ik woonde in de buurt die hij beschrijft (Amsterdam Oudwest) en ben blij dat ik wist te ontsnappen. Buren belden de politie vanwege een touwlus dat voor mijn raam hing waarmee ik het  bovenraampje opende. Zij zagen een strop, gezien de omvang een stropje voor een parkiet, hamster of een kitten, ik weet het niet, ze hebben nooit aangebeld, dat deed de politie voor ze. Op 0 woonde een man die zijn woning volstapelde met spullen. Hij deed daar exact een jaar over. Op koninginnedag sleepte hij alles naar buiten. Wat hij niet verkocht sloeg hij aan het einde van de dag met een sloophamer stuk.

Langzaam kreeg ik het angstaanjagende gevoel dat allerlei achterdochtigen en geweldadigen en wanhopigen me omringenden en omdat ik tussen ze woonde achtte ik het niet uitgesloten dat ik er zelf ook een was.

Het boek van René Huigen las ik met plezier (de burenoverlast, het eeuwige lawaai waarmee men elkaar murw beukt). Hij schrijft over Joost Zwagerman. Rob Scholte. De aanslag.

De school liet haar zitten, bepaalde dat haar gedichten niet goed genoeg waren om naar het volgende jaar te gaan. Ze maakte de schrijfopleiding niet af, ik deed dat ook niet, heb spijt van de duizenden euro’s die daar liggen, ik had driehonderd boeken kunnen kopen.