Er zijn twee manieren om thuis te geraken. Eén ervan is thuisblijven. De ander is de hele wereld rond slenteren, om weer op dezelfde plek uit te komen — G.K. Chesterton

Ik zit op een stoel. Een libelle scheert voorbij. De snelheid verrast me, alsof een onvoorstelbare kracht een onverklaarbaar projectiel afvuurt. Een vrouwtjesmerel, bruin met spikkels, (‘niet te onderscheiden van een lijster’, zegt ze) pikt een rozijn uit het gras, overgebleven uit het doosje gedroogd fruit en noten —  rozijn, ananas, mango, amandel & pecan (1,6 liter benzine, 1,9 starbucks cappuccino). De vrouwtjesmerel hupt op twee poten, terwijl het een van de schepselen is die ‘in de vrije buitenlucht kunnen zweven met waaiers in de meest fantastische vormen’. Een zwarte merel verschijnt, die racet, katapulteert zichzelf, ene poot voor de andere, alsof het dorre gras uit gloeiende kolen bestaat, alsof de duivel hem op zijn hielen zit. Een roodborstje staat op opmerkelijke hoge dunne stelten. Vier meeuwen zweven krijsend en piepend in cirkels boven de puntdaken van de huizen, tot een vijfde zich aansluit. Ik lees De eeuwige mens, een fantastisch boek van G.K. Chesterton dat het vuur aanwakkert. De mens is uniek. ‘Hoe meer we de mens als een dier zien, hoe minder we erop gaan lijken’. De mens schept. En alles wat hij maakt, en dat was al vanaf het begin, is uitzonderlijk, gehoorzaamt aan zijn evenbeeld. Het unieke is dat hij meteen uniek was (niks trage evolutie). Alles wat gebeurt, gebeurde al. Beschaving was er al (Egypte, Babylon). Complexiteit was er al. Kunst. Intelligentie. ‘We weten dat gras en bomen groeien, en we weten dat er merkwaardige dingen gebeuren,’ zegt G.K. Chesterton, ‘en veel meer weten we niet.’ Ze wringt een doordrenkte handdoek uit boven een pot met bloemen. De kraan lekt.

[epiloog. 17.44 uur. De zwarte merel duwt zijn onderlijfje in het zand bij de rand, spreidt zijn vleugels zoals een croupier in een casino een stok kaarten spreidt. Hij baadt in de zon. Hij ligt naast de struik die in een enorme bol is gesnoeid. In het verkoelende duister dat zit opgesloten in de groene bol passen 88 vogels]