Een dubbele regenboog had het verloop van mijn relatie met de vos veranderd. Tijdens mijn rondje hardlopen had ik me gerea- liseerd dat hij in deze ruige omgeving hooguit een paar jaar zou leven. Destijds leek het me dwaas om emotioneel te investeren in een wezen dat binnen afzienbare tijd zou doodgaan. Aan het eind van mijn looprondje verscheen er voor me uit een regen- boog. Het ene uiteinde glipte door een eilandje van hoge dode in grijze lucht verdronken populieren met kale kronen die zich door elkaar splitsten en sproten. Ik bleef staan. Een tweede regenboog kromde zich boven de populieren. Hoeveel regenbogen had ik alleen al in deze ene vallei gezien? Zeker honderd, met gemak, en ik bleef altijd even staan om ernaar te kijken. Ik bedacht dat een vos, net als een regenboog of een ander cadeautje van moeder Natuur, een intrinsieke waarde had die volkomen losstond van zijn levensduur. Als ik me daarna weer eens afvroeg waarom ik zoveel tijd stak in een dier met een levensspanne van amper een oogwenk, zag ik die regenbogen voor me — Vos en ik, Catherine Raven, eerste bladzijde
[aangetroffen in Intratuin Koudekerke, 7,99 euro, op de onderkant van het boek, de dikte waarop het staat, staat een kleine stempelafdruk, ‘Licht beschadigd’ . Ik weet niet hoe dat kan, hoe de flinterdunne pagina’s van de bladzijden samen een oppervlak vormen waarop gestempeld kan worden en ook niet wat er beschadigd is aan het nieuw ruikende boek, wellicht is het een juridisch label om boeken goedkoper te mogen verkopen, het ligt op stapels tussen de zakken tuinaarde en potgrond]