To classify and contain. What escapes categorization can escape detection altogether.– Rebecca Solnit

Add new category. Add new post.

Het web verleidt tot oeverloosheid, logsoftware wil structuur. Dat weet je niet als je begint met bloggen, je denkt dat je bezig bent met schrijven, en dat is ook zo, al blijkt al snel dat er daarnaast sprake is van een bepaald soort schrijven: het benoemen, samenvatten, categoriseren, indelen en van trefwoorden voorzien van tekst.

Je bent God, die schept.
Adam die naam geeft.
Eva die koffie zet.
En de sexy bibliothecaresse.

Ik moet van de logsoftware een bericht in een categorie plaatsen en die een naam geven, als ik dat niet doe valt het bericht in de categorie uncategorized.

Oh, I love that, maar het is niet echt handig, wel mooi, which might be why I love that.

Je besluit, in het begin, dat de augurken prima naast de jam en mosterd kunnen, je hoeft geen nieuwe plank te timmeren. Dat gaat een tijdje goed.

Maar wat doe je met de geschubte miereneter?

Dit dier is in strijd met de categorieën waarin het dierenrijk is ingedeeld aldus Marijntje Smits: het heeft schubben als een vis, maar klimt in bomen; het heeft de uiterlijke kenmerken van een reptiel, maar zoogt haar jongen. Het past niet in vaststaande, culturele classificaties. Iets wat je niet in een hokje kunt plaatsen hoe ga je dat bezweren?

Een log is (g)een boek, (g)een kathedraal, (g)een database, (g)een bibliotheek, (g)een wiki, (g)een search.

Ik kan dezelfde pot augurken zowel op één plank als op duizenden planken tegelijk – is dit kwantum? – in de voorraadkelder plaatsen: ik stop de miereneter in ‘geschubte dieren’, in ‘zoogdieren’, in ‘hybride dieren’, ‘tussenverschijnselen’, ‘grensgevallen’.

Die oeverloosheid is gekmakend.

Als ik een encyclopedie van papier zou maken, zou ik gek worden.

Over de onmogelijkheid van classificatie, de problemen die dat oplevert, is al door velen geschreven, ik herinner me de Chinese encyclopedie van Borges, en ook Manguel wijdt een hoofdstuk in The Library at Night aan dit probleem: how to translate the chaos of discovery and creation in een structure in which you can find something?

Het web heeft ons van dit probleem bevrijdt. Het tegendeel is eerder het geval: je raakt de dingen nooit meer kwijt.

Het web is een werkelijk wonder. De tag grenst als uitvinding aan het ongelooflijke.

We don’t search, we summon.
We call its name and it’s there.

Internet is magisch, wat ik zou willen definiëren als verschijnen zonder dat je snapt hoe. Ik scroll naar beneden, druk op de knop, klik, en even later is het daar: het zeldzame boek, je liefje die wat fluistert, een ticket, een blik kattenvoer, een fietstas, een gele muts met oversized pompon, een auto met een man erin die heel erg moe is, er een dienst van zestien uur op heeft zitten.

Het jezelf toebedelen van ongelukken of onheil noem ik niet magisch.

Iets knaagt. Je herleest het verhaal van Borges over de Chinese encyclopedie om te kijken hoe die geordend was, en ingericht, want er staat je iets van bij dat hij een andere oplossing had bedacht voor overvloed, oneindigheid, chaos, de willekeur van elke ordening. Je weet dat je erom moest lachen, en humor is toch ook iets wat je wil bewerkstelligen.

Ik bedacht een onmogelijke categorie in mijn log: ‘is Emily Dickinson een woord’. En dan kijk je enkele jaren later onder de motorkap en dan staan er opeens negen berichten.

Ik heb nu 123 categorieën en het voelt niet goed. Niet opgeschoond. Terwijl het niks uitmaakt op het web. Volkomen irrationeel.

Op een gegeven moment, na 2678 berichten, wilde ik ontmoetingen met nieuwe iemanden categoriseren. Wat betekent in hemelsnaam een nieuw iemand? Nieuw bezien vanuit het allerkleinste perspectiefje onder het allerkleinste microscoopje in het allerkleinste petri-schaaltje: nieuw voor mij.

Hoe lang blijven nieuwe iemanden nieuw, een abstractie?

Zij, o zij, o zij, zit er in met anderen.

Lang leve het unieke allerpersoonlijkste label.

Ik mag een luie blogger zijn, de potten blind in de kelder gooien, mits ik duidelijk op het etiket schrijf ‘augurk’ en ‘jam’ en ‘zij, o zij, oh hemel zij’.

Wat doe je moeilijk zul je zeggen, software leest de tekst, het gaat om goed schrijven (= exact), om inhoud. Dat is een argument voor precisie.

Het luistert nauwgezet, de software luistert nauwgezet.

What you write is being read.