Virginia Woolf schreef in een brief aan Vita Sackville-West: “Ik zal je ook over Anna Karenina vertellen, en over de heerschappij van de seksuele liefde in het 19de-Eeuwse proza, en onze groeiende vervreemding daarvan, omdat we in ons hart geen werkelijke veroordeling van overspel op zich meer voelen. Maar Tolstoj hangt heel zijn boek op aan die kapstok. Haal hem weg, zeg ‘nee het stoort mij niet dat Anna Karenina met Vronsky copuleert’, en wat blijft er over?” Vita’s zoon noemde Orlando ‘de langste en meest charmante liefdesbrief in de literatuur’. Kunnen we hem geloven? Een bloedband ontlokt iemand soms de raarste uitspraken. (Orlando is gebaseerd op Vita Sackville-West.) Ik vind Orlando prachtig. Maar ‘prachtig’ put een tekst snel uit. Het stopt. Wat in de tekst brengt het effect teweeg ? Orlando gaat over schrijven, zoals wel meer schrijven over schrijven gaat. Grappig bijvoorbeeld hoe Woolf zich uitput in een beschrijving van het voorbijgaan van de seizoenen, bomen die groen, dan goudgeel worden, hoe op de winter de lente volgt, op de zomer de herfst, hoe de maan tot sikkel wordt, hoe er altijd eerst storm is en dan mooi weer etc om dan in de laatste zin te zeggen: “een slotsom waartoe wij eerder gekomen waren, moeten wij toegeven, als wij eenvoudig hadden vastgesteld dat ‘de Tijd verstreek.’” Prachtig wil zeggen dat ik meetril op Woolfs antwoord op de eeuwige vraag bij schrijven: maak je het schrijfproces zichtbaar of verberg je het.