Iedereen die een verhaal schrijft weet dat je de laatste zin moet weten om het te kunnen schrijven. Een schrijver werkt met terugwerkende kracht, ook de schrijver die niet zo schrijft. Na de laatste zin keert hij terug, hij redigeert. Die terugwerkende kracht is bepalend.

Over leven

Ik hoorde iemand op een feestje zeggen: je moet teruglopen naar de brand. Als je in een tunnel in zo’n skitreintje zit moet je het tegennatuurlijke doen, terug naar het vuur, naar de brandhaard, naar daar waar het begon. Op de plek waar iets begonnen is, is het ergste voorbij.

In de eerste twee weken nadat je geliefde voorgoed bij je weg is, kun je daadwerkelijk sterven van verdriet. Het lichaam ervaart extreme stress. Grote hoeveelheden adrenaline en noradrenaline komen vrij, stoffen met een toxisch effect op de hartspier. Het lukt het hart niet die enorme hoeveelheid adrenaline te verwerken, de pompfunctie neemt af, verlamming treedt in. Het stopt ermee.

Broken heart syndrome.

Het duurt een tijdje voor een mens zich neerlegt bij brute pech. Dit overkomt mij niet, denkt hij als iets noodlottigs gebeurt. Hij gelooft het niet, dan maakt hij de fout door onder te reageren.

Je moet niet wachten.
Je moet waken voor inactiviteit.
Je bent geen rots in de branding waar mossels op groeien.

De tijd die verstrijkt tussen noodlot, ramp, inslag en het moment waarop je besluit te reageren is cruciaal. Overlevers hebben gemiddeld zes minuten gewacht voordat ze in het Trade Center naar beneden gingen lopen. En dat waren dus de overlevers. Een vrouw liep eerst minutenlang te zoeken naar de spannende misdaadroman die ze aan het lezen was voordat ze het besluit nam om te gaan lopen.

Ik herken me in wetenschappelijke beschrijvingen zoals deze van Amanda Ripley. Wetenschap is invoelbaar, in werkelijkheid kan niet alles, er zijn parameters. Niet wetenschappelijk schrijven is hopen jezelf eruit te schrijven, uit de ramp, het noodlot, de pech, de parameters, de werkelijkheid, je bent geen theorie aan het opstellen, je dealt met existentie, gebeurtenissen, onontkoombaarheid. Je probeert te ontkomen.

Eva Biesheuvel is dood, zegt ze bij het wakker worden.

Je kunt op twee manieren schrijven, ordenen, er een verhaal van maken, zegt Jonathan Franzen. ‘Like goes with like’ en ‘this followed that’, maar een verhaal wordt het, daaraan ontkom je niet.

De verpletterende werkelijkheid.

In het hart begint het, het hart beslist.

[Amanda Ripley, The unthinkable, over waarom iemand overleeft en De verpletterende werkelijkheid]