Het lijkt lang geleden dat een merel ons, als een ding uit het gedicht, ‘s ochtends groette. Vijf weken gooide ik gedroogde mangostukjes op het gras.
Merel, lijster, roodborstje, veldmuisjes, scholekster op het rode puntdak (kabaal), meeuwen in de verte — en in de schemering achtjes draaiende zwaluwen.
Doe het moeilijke wanneer het nog makkelijk is, lees ik in The art of war, Sun Tzu. Ik verzet me tegen het onverbiddelijke, laat het makkelijke klonteren in de hoop dat het – moeilijk geworden – op een dag barst, als een puist.
Doe het grote zolang het klein is (Tao Te Ching). Een wijze doet nooit het grote, daarom kan hij groots zijn. In de hoop dat daadloos alles gedaan wordt, sla ik pagina na pagina om.