Ik verkoop Moderne levenskunsten (38 cent, bijna een ei), In het kort (74 cent) en Geldmoord (€1,24). Voordat ik de doos met boeken sluit schrijf ik de tien moderne levenskunsten over: de kunst van de stilte, de kunst je eigen levensritme te vinden, de kunst met rust te laten, de kunst van het kiezen, de kunst van het genieten, de kunst van het juiste midden, de kunst van het omgaan met tegenstellingen (doet denken aan de cursus omgaan met teleurstellingen die niet doorging), de kunst van het vragen stellen, de kunst van het varen op je innerlijk kompas, de kunst van het verdwijnen. Ik mis de kunst van wachten, niet doen, wu wei, de kunst van break even, dagdagelijksheid, van een appel en een ei: boeken eruit, boodschappen erin. De kunst van vriendelijk zijn zonder onafhankelijkheid op te geven (Koos van Zomeren). Ik vertel mezelf dat dit goed voelt, evenwichtig, al voelt het ook alsof ik op een gewone dag het noodpakketrantsoen openbreek. Ik zou iets aan deze boeken kunnen hebben als de oorlog komt, wanneer de stroom uitvalt, het web is weggestroomd (vertier, brandstof, isolatie, vlondermateriaal – de kunst van het overleven). Het wegdoen schept gewilde schaarste en urgentie. Ik kan geen enkel boek ongelezen in de doos stoppen, het maakt dat ik ze lees, alsof een stem me influistert: eet je bord leeg, kijk goed naar die heerlijke aardappel. Het feit dat mijn dagen geteld zijn maakt dat ik dit bericht schrijf. Straks lig ik daar en wordt mijn haar gekamd (Menno Wigman).