Gek dat ik jaloers ben op schrijvers die iets bezitten wat ik ontbeer – een boek – terwijl ik niet jaloers ben op moeders en ondernemers (hun kinderen, hun bedrijven, hun honden, hun auto’s, hun winsten, hun zorgen). Een bloem die groeit en bloeit is daartoe veroordeeld, kan nauwelijks het leven van een kat kopiëren, ik kan dat wel, ik lig op zolder in de lichtvlek, aan de ene kant (zuid, bakboord) is het zomer, aan de andere kant (noord, stuurboord) ligt dun ijs op het raam. Ik lig onder het puntdak, stenen tent van dakpannen. Tweemaal per jaar keert het schip, dan schuif ik het bed, tuur naar de horizon aan de overkant. Het dak van de buren glinstert als een blauwe spiegel. Bij alles wat ik verkies te doen kan ik doen alsof, maar ik blijf genoodzaakt echt te ademen, echt te eten, voedsel te verteren, te liggen, te slapen. Het wiel in de meterkast draait traag haar rondjes. Je moet de existentiële leegte verdragen om een soeverein werk te maken – en inzichten in het brein (hoe rudimentair en onvolkomen ook) wijzen naar de mens als gemaks- en comfortzoeker. Energie is om te besparen, niet te verkwisten, pas als je iets loslaat komt ze vrij. Ik ben te lui, verveeld, moe, boos, verdrietig, tevreden, comfortabel, gemakzuchtig, genotzuchtig om het bestaande bestaan los te laten en 200 pagina’s te maken, of 80 of 20. Iemand heeft het gemaakt heeft twee betekenissen, waarvan de eerste – iemand zat op zijn stoel, bleef zitten, typte woord na woord – een onneembare horde lijkt, een bed dat zich vastwrikt, blijft steken. Ik bestel De absolute essayist (27,50 euro). Ik verkoop Vertrek(punt) (43 cent). Op nu.nl lees ik dat een ijsbreker een cruiseship uit het ijs bevrijdt. Ik kijk en zie het ijs breken. ‘Een ijsbreker van de Amerikaanse kustwacht bevrijdde een cruiseschip dat geen kant meer op kon bij Antarctica.’ De reacties onder het bericht gaan hard tegen hard. Goed dat er zo’n uitlaatklep is. Je kan door honderd ogen naar de video (timelapse) kijken. Er is nog ijs!