Bij koans altijd het gevoel dat iemand de rede belachelijk wil maken, me wil laten voelen dat wie antwoord geeft niet begrijpt dat antwoord geven niet de bedoeling is. Dat vervolgens deze achterdocht ook niet de bedoeling is. Niets is de bedoeling: oorzaak en gevolg, logica. Dat de keten van gedachten die ingezet wordt een oneindige reeks nietbedoelingen in gang heeft gezet, bewuste dwaalsporen, als een metalen balletje aan een slinger dat een rij metalen balletjes aantikt. Dat deze balletjes niet voor niets van metaal zijn, zwaar. Dat zo’n koan een veertje is dat je rustig kunt laten dwarrelen terwijl je wegloopt.