Alles is tegelijkertijd: een voorstudie, het kunstwerk zelf — Henk van Straten a.k.a. Hendrik Anna van Straten
Henk schreef een memoir in het huis waarin hij tien jaar woonde met zijn ex. Het huis is nu van hem alleen. Hij schrijft over een ander huis, een smalle tussenwoning waarin hij bivakkeerde na de scheiding — hij sleepte er voor 5 euro een bank van Marktplaats in. Gezellig werd het nooit. Soms kwamen zijn zoontjes, die sliepen op de overloop.
Ik koppel rots aan Henk. Henk heeft een rots nodig, iets stevigs waar hij niet vanaf dondert. Maar rotsen in het leven van Henk zijn als artificiële rotsen in zwemparadijzen: er zet zich een laag olie af van menselijk vet, een wit glibberig vlies. Zijn zoon, badmeester, spuit die laag vet eraf. Henk glibbert.
Ik heb een groene Cup-a-Soup-mok met Henk erop. Oogt stevig. Henk is die mok. Ik wilde de mok op koningsdag op een vloerkleedje leggen, als koekoeksei in andermans nest, maar zie daar vanaf, abonneer me op zijn substack, lees elke dag om vier uur een stukje. Bij elk bericht staat een oproep voor een donatie, maar het hoeft niet.
Ik vind zijn schrijven over schrijven geweldig, dat hij dat in zijn schrijven stopt: Pincher Martin (William Golding), Mayhem (Sigrid Rausing). Voor mij is een boek geslaagd als ik door wil lezen (doorlees), en als ik door kan lezen (na het boek een nieuw boek).
Ik begrijp de 4 niet waarmee boekenFM in 2018 Tussenhuisje waardeert. Te veel zelffelicitatie, te koket: kijk mij eens naar het plafond staren na ontelbaar veel seks met vrouwen vlak na mijn scheiding terwijl ik dat eigenlijk niet wil, kijk mij eens Duvels drinken, pillen slikken, columns schrijven, naar de klote gaan, kwetsbaar zijn en daar schouderklopjes voor willen door het allemaal op te schrijven. Te veel sentiment, te veel zelfvergroting: Henk staat op de kaft, ligt in bad, nog net geen Ophelia, een klein hulkpoppetje machteloos op de vloer ernaast, de donder en bliksem mogen Henk komen halen, schoonspoelen, letterlijk een plaatje bij een scene uit het boek. Te veel Henk, te weinig over de zoontjes, hooguit 10%, en dat zijn de prachtige stukken. Hij is de beste stukjesschrijver van Nederland, zegt BoekenFM.
Ik vind zijn beelden sterk.
Henk wil — na tien jaar een hond in huis gehad te hebben, Cuba — een hagedis. Hij koopt voor 350 euro een op maat gemaakt terrarium (120x50x50 cm) met dik glas en handgefreesde handgrepen. Daarin woont Oscar. Oscar zit op zijn rots onder de warmtelamp. Een uur op een rots, een uur schrijven, elkaar aanstaren vanuit een prehistorische eeuwigheid en een hier-en-nu. Alles vloeit in elkaar over. Hij kijkt in een spiegel. Tijd is een illusie. Henk voert Oscar levende sprinkhanen, wormen en andijvieblaadjes onder het op luid volume draaien van bombastische Wagneriaanse muziek. Hij waant zich god, de god van Oscar. Oscar, aanbid mij! zegt hij, wens van iedere schrijver: almacht en verering.
Henk schrijft over Pincher Martin. Pincher Martin, getorpedeerd, spoelt aan op een rots, waar zijn overlevingsinstinct hem aanzet tot ‘het temmen van de rots’. Hij doet dat met woorden. Hij benoemt stukken rots. Hij wil zich niet aanpassen aan de rots, de rots moet en zal zich aanpassen aan hem. Die onwil van de mens om zich bij de werkelijkheid neer te leggen. Misschien was de rots niet echt, zegt wikipedia, was Pincher Martin bij de torpedoinslag direct verdronken, had hij niet eens tijd om zijn zware schoenen uit te trappen. De rots een verzinsel van een dode in het water. Henk van Straten voert Pincher Martin niet voor niets op. Hij weet natuurlijk hoe het boek afloopt, de rots, literatuur, als verzinsel.
Ik heb het boek zojuist in de bijtende zon op mijn tuinbankje in één ruk uitgelezen. Het bankje stond bij grof vuil aan de straat. Ik sleepte het de tuin in, het terras op. Het kostte 18 euro aan dikgroene beits, viel desondanks uit elkaar (rot zit binnenin, het hout bleek verkruimeld). 18 euro aan stalen hoekijzers stutten het frame. Tevreden zit ik en lees ik en warm mijn botten, in de wetenschap dat er botvretende diepzeewormen bestaan die leven van de lipiden (vetten) en collageen in de botten van dode walvissen op de zeebodem. Ze ruimen de zeebodem op. Spuiten die zonder slang schoon. Dat is een derde criterium voor een fantastisch boek.