De boekenkastjes in de stad lijken op kleine kapelletjes. Ik houd bij elk halt. Ik neem er boeken uit. Ik neem meer dan me toekomt. In de kringloopwinkel vind ik Boven aarde, beneden hemel (Milena Michiko Flašar) – wat als een echo klinkt van het mystieke As above, so below. Dat, en de eerste zin, en Japan trekken me over de streep: ‘Ik was graag alleen. En eigenlijk is daar ook niets aan veranderd. Ik ben nog steeds geen mens die veel gezelschap nodig heeft. Maar anders dan vroeger heb ik wel een beetje gezelschap nodig, en dat besef heeft mijn leven een nieuwe wending gegeven.’ Eerste zinnen klinken zo fris! Suzu ruimt appartementen van eenzame overledenen op. Plezier in lezen neemt AI me niet af, ik lees zelf, trek mijn baantjes. De inspanning bevalt me, als van een langeafstandsmars. Van elk boek download ik een digitale versie om in het donker door te kunnen, waan me een special force. Ik lig, scrol, tap en swipe, soms horizontaal, soms verticaal, alsof ik kruistekens sla. Ik fantaseer over banen die bij het schrijven passen: parkeerwachter (Detlev van Heest), thuishulp (Anton Valens), kodokushi-schoonmaker (Milena Michiko Flašar).