Genieten van een ontmoeting die ook nooit hadden kunnen plaatshebben en waarvan je het verlies niet betreurt omdat je niet kunt verliezen wat nooit van jou was.

Graham Swift heeft het over vissen op zalm en zeeforel, waarbij de haak soms loslaat, en vis en hengelaar uiteen zullen gaan, een ‘afschuwelijke, absolute scheiding’ — en dat hij daarbij een heel enkele keer de gemoedsrust bezat om dat verlies niet als verlies te zien.

Wat prachtig! De toevalligheid van de ontmoeting die er ook niet had kunnen zijn, het geluk en genot van de vangst, de pijn van verlies. Jacht, wilde ik schrijven maar ik weet niet of je wanneer je stilstaat kunt zeggen dat je aan het jagen bent. Zalm en zeeforel, trekvissen, bijten niet in aas, schrijft Swift, ze eten nauwelijks als ze een rivier op zwemmen. En het is een raadsel waarom ze af en toe naar een vlieg happen.

Ziedaar de analogie met schrijven.

Met wandelen.

In de wereld zijn.