Sinds we de kachel laag zetten leven we met de seizoenen, als twee ongevoelige (kapotte?) thermostaten. We reageren minder snel op kou, de deurbel, elkaar, negeren alles wat beweging vergt, elk deukje dat een handdruk achterlaat, dragen binnen een muts. Ik zit in een slaapzak, verlaat die om acht uur, beklim de trap, luister in het donker naar boeken, reciteer zinnen, spin gedachten bij de wol waaronder ik lig.

Als was heel de aardkluit slechts één korrel in de ooghoek van een slaapapneuë god – Ruth Lasters

«