30/11 Vorstig. In het bos hoop je dan uit te kijken naar ijshaar op rottend hout – maar eerst wat anders. Van 21 maart 1992 tot 22 juni 1995 had ik op de voorpagina van NRC Handelsblad een hoekje voor 250 woorden. Een rustige tijd was dat. Inkomen en afzet verzekerd, en de krant zorgde voor de verbreiding van mijn naam. Columns kon je het niet noemen: de actualiteit was ver te zoeken, en voor meningen of standpunten was dat hoekje ook niet bedoeld. Extreem korte verhalen eerder, doorgaans geënt op ware gebeurtenissen. In huiselijke kring heetten het ‘stukjes’. ‘Ik moet mijn stukje nog schrijven.’ Elke dag, 1001 krantendagen achter elkaar, zonder verzuim. Niet vaak, maar het gebeurde weleens dat ik niks ‘had’. Dan dacht ik: wat zou je vandaag kunnen schrijven aan je broer in de gevangenis? Had ik een broer? Zeker wel, ik had een broer, en een zuster had ik ook. En zat die in de gevangenis? Welnee. Maar ik dacht aan iemand die vurig verlangt naar een bericht van buiten, iemand aan wie ik mij persoonlijk tot het verzorgen van berichten van buiten verplicht had. En dan kwam er wat. Rijkelijk ijshaar. Er keamen twee wandelende grijze dames op mijn pad en ik maakte me al op voor een klein college ijshaar, maar ze bleken het verschijnsel te kennen; ze noemden het alleen sneeuwveren. Heel mooi.
stem: koos van zomeren
titel: november 2023
perspectief: een breed uitwaaierend egodocument, in privédomein publiceerde hij eerder Een jaar in scherven (1988) en Nog in morgens gemeten (2006), vier honden, nu Ernie
bron: we gaan zo (arbeiderspers, 2025)
mopw: meerstemmig wikipedia