Wat doet u van`s morgens vroeg tot `s avonds laat? Ik onderga mijzelf — E.M. Cioran

Ik zit heerlijk aan de zijlijn, drink in één teug een glas cola, opdat de ijsblokjes er nog zijn, een weinig geslonken, ik houd van het geluid van kleine elementaire botsinkjes — slokjes smeltwater giet ik in mijn keel (wacht steeds vol ongeduld op een nieuw stroompje). Als ooit nijlpaarden op de subtropische noordpool liepen, wandelden die dan bij afkoeling van de aarde terug of stierf de laatste van de kou? De ijsblokjes verspreiden een muffe geur, alsof ze de geur van de vriezer hebben overgenomen en ingesloten moleculen aan de lucht afstaan. Het laatste slokje ijswater, een druppel, bevredigt door de geringe omvang niet. Het koude natte glas druk ik tegen mijn wang. Het is 36 graden, er is één graad ruimte voor het lichaam om restwarmte af te voeren. Ik lees IJsberenprotocol, ben in gevecht met de aforismen van Cioran, het toekijken vervult me, het toppunt van ellende bestaat niet, laat de krokodillen en kwallen maar komen, de weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan: Aforismen? Vuur zonder gloed. Het valt te begrijpen dat niemand er zich aan wil warmen — E.M. Cioran