Dubbeldik, het herhalen in één zin van een woord dat in feite al eerder is gebruikt zonder er iets aan toe of er iets van af te doen. Koos van Zomeren in We gaan zo geeft voorbeelden.

‘Een helaas in 2022 overleden collega’. Wat had-ie dan gewild? Dat persoon in kwestie eerder was overleden?

‘Gezever over ouderdom’ dat wordt ervaren als ‘leeg gezwets’.

‘Eén van de schrijvers die als geen ander deze tijdgeest weet te vangen’. Dan waren er dus toch meerdere?

‘Het is een moeras, drijfzand.’ Ja, wat is het nou? Literair hetzelfde, maar dubbeldik. In dit voorbeeld kiest hij drijfzand, mooie open ij-klank. Al vliegen gedachten in drijfzand niet alle kanten op. Weg ermee.

Dat is het probleem van schrijven. Bij elk woord kun je stoppen, je poot oplichten, tot je zo oud bent dat je erdoor zakt en in gedachten verzinkt. Voor je het weet zit alles op alles te wachten (Sanne van Rijn). Je moet door.

Publiceren betekent de mogelijkheid tot precisie, de voet van het gaspedaal. Je kan wat niet kan bij stickers die je scheef plakt: eindeloos corrigeren. Perfectionisten kunnen blijven prutsen, ‘al kan volmaaktheid van de tekst juist hinderen.’ Schrijven hoeft niet meteen goed.

Precies zijn. Zuinig schrijven maar ‘niet te zuinig’ en ook niet ‘niet zuinig genoeg’. Koos van Zomeren pleit voor een bedreven en standvastige eindredacteur en een uitgever die daarin voorziet.

Op het web ben en doe je alles zelf. Je bent je digitaal onderlegde vrouw, je standvastige eindredacteur, je uitgever, je eerste lezer, nadat je op publish hebt gedrukt.

De grootste verleiding – toegeven aan ongeduld, geen zin hebben in extra werk: publish! Redigeren kan altijd nog. Gooi dat kakelverse ei het web op. De stroom berichten kleven als witspokige axolotls tegen het beeldscherm. Je kan ervoor gaan zitten en je hand tegen het glas leggen. Eeuwig jong.

Het hoeft allemaal niet foutloos, maar het mag wel mooier, zegt Koos van Zomeren.