De supermarkt verkocht ook bloemen, die alleen door buitenstaanders werden gekocht. Wij dorpelingen plukten onze bloemen aan de kant van de weg. Daar groeiden klaprozen en margrieten, in de lente was er ook duizendschoon. Regelmatig vonden we hele boeketten, die waren neergelegd voor de pechvogels die stierven in de berm. — Nadia de Vries, Overgave op commando