Ik vul vijf emmers. Draag ze de drempel over, het huis in. Weinig manoeuvreerruimte. Soms giet ik temidden van emmers een emmer leeg. Het idee om schoon drinkwater — in Amsterdam was het vervuild met de e-coliebacterie — te gebruiken om poep weg te spoelen, hup het riool in, voelt vreemd. Al die moeite om het te zuiveren, in één stort weg. De morele emotie afkeer zit diep in me. De dingen gescheiden, brandzuiver, willen houden. Dingen niet mengen, bijvoorbeeld voedsel op een bord. Saus over aardappelen. Klefheid. Liever naast elkaar, na elkaar. Ingroup-outgroup. Wij-zij. Vlakspoeler heet de wc met het altaartje halverwege. Ik heb een diep gat, wat ik nu een voordeel vind, eerder vond ik dat niet.