Ik geef de vogels trouw eten. 2 (nu 3) heggemusjes, 7 mussen waarvan I hele oude, 3 merels, 2 roodborstjes 2 koolmezen (af en toe), enige vinken (af en toe) enige spreeuwen (af en toe). Dat zijn mijn vaste buren, heb ik gemerkt. Zo is elk dier aan z’n terrein gebonden, mensen dito. — Jan Hanlo, 16-1-63, brief aan Carool

Ik leef met 1 mens (nieuw iemand). Ik leef met 2 eksters (die ze voedt met noten). Ik leef met 2 katten, één komt van rechts, één van links. De linkerkat, een gestreepte tijger, soepel, sluipend, gebruikt de tuin die ze gras- en groenvrij heeft gemaakt, en met geknipte takken en naalden heeft bedekt, als uit de kluiten gewassen kattebak (3 bij 5 meter, begrensd door tuinpad en erfafscheiding). De rechterkat drinkt met snelle teugjes (120 per minuut, alsof de duivel op zijn hielen zit) water uit twee zwarte kuipen (cementton, speciekuip, mortelkuip, 130 liter en 65 liter). Zijn roze tongetje in scherp contrast met zijn donkergrijze vacht, het grijze water, de zwarte kuip en de reusachtige afmeting van zijn drinkbak. Ik kijk naar de dagelijkse dingen met hernieuwde blik, als Claes Oldenburg wat objecten uit de bouwmarkt opblies en in de openbare ruimte heeft gezet. Ik leef met 1 specht met een rode staart die tegen 1 van de 5 bomen klopt (mijn kleine bos). Sinds iemand me vertelde dat ze dat vooral in dode bomen doen ben ik bang dat die bij een storm op het huis valt en de dakkapel vernielt, en ons daaronder. Een buurvrouw vergrootte die angst toen ze zei dat ik de boom moest kappen. Bomendokter — klimgerei, zekering met touwen, motorzaag, factuur van ongeveer 700 euro (2058 eieren, 303 liter benzine) — snoeide wat takken maar weigerde de boom te toppen. Sindsdien leef ik met een boom die groeit en groeit en groeit, en hoewel ik niet trots ben op mijn toegeeflijkheid aan de buurvrouw die bovendien tot weinig resultaat leidde, is mijn angst inmiddels veranderd in een ontluikend verlangen naar een storm. 18 jaar betaal ik woon- en opstalverzekering, en van die 12.000 euro die onzichtbaar in de handen van de bank verdwijnt, had ik onderhand een nieuwe dakkapel kunnen laten zetten, met kozijnen die niet verrotten, ramen die open kunnen, dubbelglas — en wellicht was nog wat over voor een kleine reparatie aan het dak. Maar goed, wilde de hypotheek, ik verzeker het huis en het huis verzekert me van voldoende verrassingen om te kunnen spreken van wederkerigheid, een oerbehoefte. Er woont 1 rat, Ronnie, meestal stil. En ontelbare lieveheersbeestjes die door kieren en scheuren binnenkomen op zoek naar beschutting om dan plots, op een dag waarvan ik niet precies weet wanneer die arriveert massaal uit hun winterslaap te komen. Dan bloesemt het huis.

«