Uit de geest wordt frustratie geboren, door de geest wordt het leven begiftigd met geluk en betekenis — John Blofeld, De goden te boven

Tjitske Jansen was verbolgen toen haar handenarbeidleraar haar vertelde dat Monet een vijver aanlegde om waterlelies te kunnen schilderen — was de wereld soms niet goed genoeg? — tot ze zich realiseerde dat de wereld er heel anders uit had gezien als mensen andere keuzes hadden gemaakt. Ik keer regelmatig naar deze gedachte terug, kopieer die als een berg, een zonnebloem, een flesje, een waterlelie. De teleurstelling, woede, frustratie om al dat ingrijpen in de wereld, de overtuiging dat de wereld goed is zoals die is op geen enkele manier kunnen loslaten, als een koppige liefde. Wakker geschud worden uit dat sprookje: hij had beter kunnen zijn.

Monet leed.

In bed word ik ‘s nachts voortdurend achtervolgd door wat ik nog wil afmaken. Elke morgen sta ik uitgeput op. Het ochtendgloren geeft me mijn moed weer terug. Maar angst krijgt me weer in z’n greep zodra ik een voet in mijn atelier zet. […] Het schilderen gaat zo moeilijk. Het is een kwelling – Monet in een brief aan zijn oogarts

Een documentaire over Monet toont hoe lastig het was om de vijver in Giverny voor elkaar te krijgen. Pas bij de derde poging lukte het. Monet veranderde de loop van een rivier om het bassin van zijn vijver gevuld te krijgen.

Langzaam verdwijnt de horizon uit zijn schilderijen, het hele beeld vult zich. De waterlelies voelen verstikkend: modder in je keel. Het kan ook aan de documentaire liggen, de schilderijen worden voller, zwaarder, de kleuren lijken flets en grijs door de oude beelden.

Na zijn dood, na de dood van zijn zoon, ligt de vijver er braak en somber bij.

De vervolmaking van het werk van Monet volgt in Japan, waar zich een perfecte kopie bevindt van de vijver, een verbetering: hier bloeit een exotische waterlelie die niet in Giverny kon bloeien.

Ik voel op dit moment geen behoefte de 12 meter brede schilderijen te zien, de waterlelies, de tuin in Giverny, de perfecte kopie in Kitagawa, weet niet of dat een vorm van nietdoende doen is (wuwei) of vasthouden aan een gedachte die aan de oppervlakte aardig lijkt maar bij nader onderzoek dat misschien niet is: de wereld is goed zoals die is, het ochtendgloren geeft moed, zie het roodborstje zit al op de rand van de zwarte kuip uit de bouwmarkt gevuld met regenwater, een zwarte spiegel, de eerste kop koffie, die beide de hemel vangen.

[bij het kijken naar Monet en de waterlelies, Anne Cecile-Genre]

Monet’s Garden Marmottan in the small village of Kitagawa is the only garden in the world, outside France, authorized by the Claude Monet Foundation to bear his name. 

Inspired by the beloved gardens of his home in Giverny that gave rise to some of Monet’s most famous works, the Kitagawa garden is divided into three sections.

At its center is the Water Garden (Mizu no Niwa), a tranquil landscape reflecting Monet’s fascination with Japanese gardens and woodblock prints (ukiyo-e) produced in the Edo period (1603-1868). It features willows, bamboos, a Japanese wisteria trellis and, of course, a selection of water lilies.

The taiko bridge is identical to the one Monet built in Giverny in 1883, while his iconic ‘Nymphéas’ (Water Lilies) series features in replica form around the ponds, with blue water lilies in bloom from July to October.

In the Flower Garden (Hana no Niwa), swathes of colorful flowers create an impression of the artist’s palette, changing by the seasons and creating a dynamic landscape year-round. The Garden of Bordighera (Bordighera no Niwa) is a Mediterranean-style garden based on Monet’s journey to the French and Italian Rivieras, with fellow artist Renoir, in 1883. It features palms, olive trees, and other exotic flowers and plants.

Infused with the spirit of Monet, the garden is a living canvas and masterpiece worthy of the artist who inspired it.