Ik zal in een boek niet snel mooie zinnen onderstrepen, ik schrijf ze over, gooi niet-onderstreepte zinnen weg, scheur pagina na pagina eruit om enkele te bewaren, waarna de kaft als een te ruim kledingstuk om een smalle rug hangt. Met tape, stug en stevig als de stof van een werkoverall, baker ik de overgeblevene onverwoestbaar in. Ik houd dunne boekjes over waarvan op de rug niet meer te zien is om welk boek het ging, als een onbewuste herinnering aan een boekwinkel in Oostende.