In de verte voel je het voorjaar zoemen, waardoor de nattigheid op de weg of de grauwheid van de velden toch iets beloftevols hebben. Het zal weer komen! Wat het ook is. Voorjaar en alles wat je daarmee bedoelt — Marjoleine de Vos.
Ik vlieg door het boek, schrijf zinnen over, maak foto’s, converteer die op ocr.best (één van de betere image-to-textconverters), prik zinnen onder elkaar, na een vorige een volgende, koop in De Drukkery de dunne boekjes van Marjoleine de Vos, drie beverige whippets, een wit, een oranjebruin, een auberginegrijs, op de kaft Giacometti-achtige silhouetten (Ik ben hier liever niet alleen), vogels (Zo hevig in leven), planten (En steeds is alles er) — ontwerp Christof Noordzij. Slurp in de Hema ijskoffie. Blijf nauwelijks een uur in Middelburg. Vind op weg naar de parkeergarage een tas met geld, in de parkeergarage een tas met lege blikjes (suikerpepdrank). Heb de afgelopen vijf dagen meer dan tweehonderd honden gezien, in kleuren van de boekjes en wit en zwart. Ze rennen over het strand, staan stil, racen, draaien rondjes om elkaar als electronen om een kern, af en toe vliegt eentje uit zijn baan. Het strand is vandaag tweehonderd meter breed, schoongewassen. Frisse lucht, zilt, slechts drie containerschepen (die ik alledrie kan aanraken), een zeilscheepje maakt dat het wegkomt, uit de buurt van de diepe vaargeul, gemarkeerd door een rode en groene boei. Het water golft als ze passeren. Ik lik de mineralen van het randje van mijn wang. Raap een bruin scheermesje op, glanzend email, het strand ligt bezaaid. De eerste warme dag, mensen op blote voeten, net als de honden. Ze trekken parallelle lijnen. Ze zegt, ik vind het lelijk als voeten uitgedraaid zijn en wijst naar een spoor in het natte zand. We lopen achter een Berner sennenhond (‘herder van de Alpweide’) die we niet kunnen bijhouden wat me verbaast omdat het ras bekend staat om heupdysplasie en artritis en extreem veel kanker en wij stevig doorstappen. We willen thuiszijn, lezen in onze boeken. Onze gezichten zijn aan één kant verbrand, het wateroppervlak een spiegel. Geen wind. Gisteren droegen we een dikke muts, vandaag zweten we. De dikke sporen van rupsbanden lijken op die van pistebullies. In plaats van wit is hier alles bruin. Shovels preparen het strand. Tegen het duin wordt een extra verhoging gemaakt, hierop verschijnen over een maand strandhuisjes. Op twee plekken gaapt een gat waar een zeventig meter hoge trap hoort. Een kleine afdaling lijkt mogelijk. Aan de voet, op zeeniveau, probeert iemand een vliegscherm de lucht in te krijgen, en zichzelf, vergeefs, als een vlinder die bij haar geboorte haar vleugels niet krijgt uitgevouwen. Dit was de mooiste dag, zegt ze, geen zichtbaar vuiltje op het strand, start van de lente, niet loodheet, niet loom, de dauw verleent alles frisheid. Geen blote lijven, de honden hebben glanzende vachten en er zin in, koeien die na de winter de wei in mogen.