Tijdens griep gelezen Alice B. Toklas What is remembered. Dezelfde bezwaren als tegen Gertrude Steins Autobiography of Alice B. Toklas. Het is gebabbel, de meest oppervlakkige herinneringen, anekdotes, zonder poging tot verband, tot verklaring. Bij Satie en sommige Dadaïsten (Tzara b.v.) heb ik wel eens dergelijke schrijfsels gelezen, maar daar was vaak zoveel humor en trouwens suggestie van verbanden en dubbele bodems. Wat bij Toklas geschreven staat en – iets gestileerder – bij Gertrude, is gebabbel van iemand die niets van de dingen, van de mensen, van de kunst, van de oorlogen, tot zich door heeft laten dringen. Wie wil kan dat een prestatie noemen — Dick Hillenius, Het romantisch mechaniek

In één ruk Deborah Levy gelezen, Mijn jaar in Parijs met Gertrude Stein, waarin de hoofdpersoon zoekt naar ‘het’ van Gertrude Stein. Ze doet dat in Parijs. Een kat van een vriendin is zoek in het boek. De kat heet ‘het’. Na het lezen van Deborah Levy groeit mijn verlangen om Gertrude Stein te lezen. Ze schreef haar geliefde de literatuur in en onbegrijpelijk. Niet willen dat iemand grip op je heeft begrijp ik met zo’n broer, zo’n 19e eeuw, zo’n seksisme, zo’n literatureluur, twee grote oorlogen. Ik ken enkel de regel ‘a rose is a rose is a rose’ en die blijk ik verkeerd begrepen te hebben. Ik dacht op zijn Chestertons: A is helemaal niet A, geen roos is hetzelfde. Maar er staat Rose voor: Rose is a rose is a rose is a rose. Dat compliceert.