In Klassiek van Anton van Hooff staat een afbeelding van een grafvaas met een duizelingwekkende geometrische beschildering: in het centrum de dode, een piepklein figuurtje, omringd door rouwende vrouwen die zich op het hoofd slaan of de haren uit het hoofd trekken, de tussenruimtes gevuld met figuurtjes, in eindeloze rondgaande patronen, angst voor leegte. Maud Vanhauwaert wilde haar zaterdagochtendstukje op de voorpagina van DeMorgen leeglaten als stilzwijgende ode aan Paulien Cornelisse. Ze deed dat niet, het idee was genoeg, ze constateerde in plaats daarvan dat allerlei woorden in Pauliens naam verborgen zitten: pen, spelen, precies, serieus, ironie. Ik speel haar taalspel verder: AI geeft ui, aal, paus, lier, luier, soep, slapen, pluis, rozen, pols, pijn, spion, porselein, pionieren, nucleair, plasserein (een oude medische term voor een plasgoot of urinebuis). AI geeft tientallen woorden meer, zo ver het oog reikt, geordend als een Chinees terracottaleger, elk exemplaar uniek. Maud Vanhauwaert maakte een gat in haar boek, een lastige exercitie, dat zou een mooi onmogelijk gebaar zijn, een laatste groet, een venster in een ochtendkrant, daaronder de tafel met broodkruimels van het ontbijt. Op youtube toont Dorien de Wit (Heim) haar lievelingsboek: Achter deuren van Joke van Leeuwen. De kaft bevat deurtjes die je kunt openen. Ik spring op en bestel dat boek, het is er voor 10 euro, 18 euro en 24 euro. Een boek is een parel en een ding, zeg maar echt iets wat beklijft. Maandagochtend, ik haast me.

[* Maud Vanhauwaert]