Van boeken die weggaan, maak ik foto’s van kaft en kont. De foto’s bevatten een lichtflits, een soort driehoek-met-daglicht, een uitsnede van het dakraam waaronder ik zit. Elk boek gaat tweewekelijks door mijn handen, ze liggen op stapels de hele kamer rond, als nauw tegen elkaar gepositioneerde zandzakken. Ze houden de kou en water buiten. Ik scan de boeken — een boek doet makkelijk 2,30 euro bij Boekenbalie, 68 cent bij Boekenverkopen. Ondanks het lagere bod heb ik een voorkeur voor Boekenverkopen, ik wil rijk worden, maar niet van boeken, dat voelt zondig. Per vijfentwintig boeken worden gemiddeld vijf boeken afgekeurd (waterschade, gescheurde kaft, vergeten in de doos te stoppen). Die melding krijg ik netjes. Geen idee wat Boekenverkopen vervolgens met de afgekeurde boeken doet, waarschijnlijk verkopen. ‘Ik ben lui’, zegt Jan Hanlo in zijn brieven. Ik ook. Zonder urgentie gebeurt niks, rijd ik de Volkswagen van apk naar apk. Het wegdoen van boeken creëert leesdrang, urgentie, een innerlijke storm, opgejaagdheid: snel het boek lezen voordat ik de flappen van de doos sluit en de boeken definitief verdwijnen. Een boek lezen is een luxe die ik mezelf toesta, het voelt als een kleine verdorvenheid, ledigheid, iets voor vakantie. Wanneer het boek dat weggaat op oceanofpdf.com staat ontslaat die site me van de plicht om het snel te lezen. Kan altijd nog. Het belandt voor een tweede keer op de stapel, nu een digitale. In het machientje klotst het water tegen de plinten, op zolder heerst rust en licht, ik waan me in een klein clandestien thuiscasino: af en toe is een boek wat waard, met de opbrengst koop ik eieren, benzine en koffie. Woorden in onbegrijpelijke taal kringelen intussen door de spleet onder het openstaande dakraam de zolder binnen. Een man in geelrode jas met pakje belt bij de buren. De auto een kopie van die kleuren. De veertig seconden die het duurt voordat de buurvrouw de deur opent, praat hij in een taal die ik niet ken. Hij praat voortdurend, tenzij hij pakjes overhandigt, dan zwijgt hij. Ik maak een foto van hem, en zijn auto. Ik heb een gigantisch fotoarchief met alle boeken die ik heb weggedaan, en met de dagen waarop (wolkenluchten, vogels, de kat van de buren, mannen die iets op straat of bij huizen doen, busjes met logo’s). Ik voel me Boeddha. Vóór er boeken zijn, dingen, of ik, daar zijn die boeken nu. Zo lees ik in een race tegen de klok, Multatuli, hertaling van Gijsbert van Es. Ik verlustig me aan Hanlos brieven.