Ze liepen door stille winkelstraten. Alles was van glas en kunststof en steunde op betonnen palen. ‘Hier zou ik nooit willen wonen,’ zei mijn moeder. Mijn vader prees de wonderlijke stad, alles was netjes opgeruimd en keurig afgewerkt.

Ik zoek Lelystad van Joris van Casteren, ben het kwijt. Op de voorkant prijkt Lelystad als piece (oude druk, op de nieuwe druk staan strakke dikke vette bewegingsloze schreefloze letters en een foto van een huisje op een donkere akker). Van Casteren is een vandaal. Zo lees ik het boek: hij bekladt de nieuw te bouwen stad en de idealen van de mensen (ambtenaren) die het bouwden nadat het land eerst vernuftig, gewiekst en handig door ingenieurs is afgenomen van de zee. Van Casteren wil ik houden: ik had Lelystad willen schrijven, het boek is grappig, het is wat Nederland is, het bevat twee mooie hoofdstukken, één over Cornelis Lely, één over Cornelis van Eesteren. Gelukkig beschik ik over een inlogcode van bol.coms KoboPlus waarmee ik boeken lees, het zachte vel van witte konijnen stroop. Soms verschijnt daar oude nonfictie, bijvoorbeeld Lelystad. Ik verwacht dagelijks door een veldwachter in mijn kraag gegrepen te worden.