NIEMAND kon slapen. Tegen het aanbreken van de morgen zouden de landingsboten worden uitgezet om de troepen door de branding naar het strand van Anopopei te brengen. Iedereen op het schip, iedereen in het gehele konvooi wist, dat over een paar uur sommigen van hen niet meer in leven zouden zijn — Norman Mailer

Ik sta om vijf uur op, donker, koud, knip het licht in de keuken aan, ben twee wezens, weerspiegeling in het zwarte raam. Ik zit aan tafel die aan de andere kant van het raam doorloopt alsof ook voor buiten gedekt is, twee fruitschalen, acht stoelen, lees Helden zonder glorie, Norman Mailer. Ik vertrek om acht uur. Buiten is het inmiddels licht. Ik knip het licht uit. Het digitale, harde, abrupte kruipt in me. Ik luister wel of niet, sta stil of verdwijn, probeer niet zachtjes te wennen aan iemand, of geleidelijk naar iemand te luisteren, zoals ik langzaam opsta, er drie uur over doe, tot de ochtend gloort en helderheid verschaft en de kleuren hun afzonderlijke kleur geeft.