Ze staat op een podium, begint met een gebed, het bestaat uit één regel, een zin die Thomas Merton aan het eind van een warme dag in Kentucky in zijn dagboek schreef: this day will never come again. De transformatie bevalt me, ‘this favorite line has become a prayer for me’, en ook dat bidden kort en bondig kan.
‘The first time I read that line, I felt as if I had been struck by lightening. I could not take my eyes off those words. I could not stop repeating them. Those six words grabbed hold of my entire life and positioned it in front of me, like a mandala that spoke to me in vibrational waves: Every moment is one moment less, every second is one second less, every breath is one breath less of your precious life. This moment, this second, this breath will never come again. Suddenly dwelling in the past became a waste of my precious breath, my seconds of life. Anger seemed an emotion of the most destructive nature. Wishing for another life became a useless daydream. And searching for love diminished into a folly. Stop searching for love; become loving where you are. Stop wanting more; become more.’
Na het éénregelig gebed dat ik inprent opdat ook mijn leven verandert heeft ze het over verslaving. Iedereen is verslaafd, de vraag is waaraan en of je je verslavingen kent. Eerst een definitie, een beschrijving.
‘Addiction is absolute distraction. You can’t stay in the present. You can’t bear it. You walk backward, you walk forward, you’re not here, you’re not in the present. You’re distracted.’
‘It’s not about substances.’ Substances zijn de makkelijke verslavingen. Alcohol, drugs, suiker. Dat stelt me gerust: mijn suiker- en koffieverslaving zijn minder geniepig, duidelijker, dan de moeilijkere, de abstractere: ‘selfpity is addiction, excuse is addiction, entitlement is addiction, power is addiction.’ Ze staat met haar armen uit elkaar. Aan de ene kant de ziel, de andere het ego. ‘Soul is truth. Ego hates truth. The distance between your ego and your soul is too big.’
Ze laat pauzes vallen, die ook bij versneld afspelen effect hebben. ‘Let’s hit a pause button’ is een geliefde frase, ‘jewel’ een stopwoord. Dan stopt ze, en zwijgt, zodat je de jewel kunt oprapen.
Haar geliefde object is een zwarte marker, een verlengstuk. Ze kan niet tekenen, dat zegt ze ook, toch zijn haar tekeningen essentieel. Ze gebruikt ze als metafoor – het enige wat je nodig hebt, hoeft te onthouden.
‘This (ze wijst naar een vel papier op een flipover) doesn’t become me!’ alsof ze het heeft over een kledingstuk dat niets voor haar figuur doet. Gelach in de zaal. Het is fijn wanneer iemand die wijsheid in pacht heeft grappen maakt, het breekt de spanning van het vertelde. Het papier, de tabula rasa, is te klein, ze heeft een groter bord nodig, een eindeloos bord, zodat ze kan blijven tekenen al heeft ze in haar repertoire slechts vier tekeningen, weinig, niettemin onmisbaar om haar te begrijpen, houvast om je spirituele journey aan te vangen (‘wat doe je hier?’ kapittelt ze een man die beweert niet op een spiritueel pad te zijn).
De eerste tekening: een stickpuppet met wat stralen (‘this hologram is you’) -— een poppetje in een bubbel van ongeveer een diameter (soms zie je mensen op grasvelden of parken in transparante opgeblazen luchtbollen opgesloten zitten en tegen elkaar botsen). Alles waaraan je je hecht kost energie, alles wat je zwaar maakt (gravity komt van gravis, ernst) doet je neerzinken, de bol om je heen lekt energie, weight becomes wait, wait wordt tijd, het kost tonnen energie, al dat gehecht, wat boeddha noemt ‘being attached to a spectacle’). Die illusies, die spectacles, je geest blijft ermaar mee bezig: voor je het weet, addiction!
De tweede tekening is een spreadsheet: drie kolommen met de cijfers 1 t/m 10 (je leeft op drie bewustzijnsniveaus; naast de cijfers schrijft ze laws, shadows, graces). In de derde kolom zit het goud.
Dan een tekening van een flatgebouw (dat ben jij), dat gebouw staat bij je geboorte vast, je kan het niet verplaatsen, je fundament, je kan alleen verticaal bewegen, in het gebouw, vanaf de begane grond waar je leven begint, met het straatlawaai, de stank, het materiële en tribale, de blinde muren waar je tegenaan kijkt, al die spectacles en illusies op ground floor, naar hogere verdiepingen, waar je andere bewustzijnsniveau zetelt, je ziet zodra je je hoger in je gebouw begeeft en er zelfs je intrek neemt wat voor prachtig uitzicht je hebt, dat je in een mooie wereld woont, niet in een lelijke stad, hoog boven de straat, weg van het afval, de rotzooi, de ellende, de auto’s, de hitte, New York in de zomer — een wereld met bossen, rivieren, water en lucht. Eenmaal aangekomen in het penthouse, waar het straatlawaai is verstomd, de lucht ijl is, en de ego-spectacles verdwijnen, vat je wat gebeurt niet langer persoonlijk op. De cost of living daarboven is expensive, mensen in je omgeving vinden het niet per se leuk dat je in het penthouse leeft.
Het vierde tekeningetje weet ik even niet terwijl ik toch honderd sessies heb bekeken, op mijn kleine schermpje, mijn zakbijbel waarin ze als hologram manifesteert. ‘That’s my art class,’ zegt ze, ‘those little drawings’, het bord altijd te klein. Ik keer terug, terug, terug. Ik betaalde ooit voor haar content, inmiddels verschijnt video na video op youtube, ze strooit ze als maïskorrels in grote getalen in het rond. Is ze ziek? Gaat ze dood? De poortloze poort staat open, ik kalmeer, hang aan haar lippen. Tippel als een duif op de dam, tot ze me wegjaagt: ook spiritual direction is addiction. Mental mind games zijn addiction. Je maakt geen keuze die consequenties heeft, je wacht, je wait, weight. Zonder weight zou je in an instant kunnen veranderen. Take your bed and walk. Haar stem is mijn addiction. Sinds youtube voornamelijk shorts door mijn keel duwt kent mijn irritatie geen grenzen. Show fewer shorts commandeer ik. Ik wil haar video’s en die duren 30, 50 minuten. Got it, we’ll show you fewer shorts on home. Mijn ongeduld is grenzeloos, ik sta op het punt mijn schermpje weg te gooien, ik klik op het kruisje Breaking news, een rij breaking news video’s verdwijnt als een rij tetrisblokken uit de muur met video’s. Er verschijnen nog steeds shorts op het schermpje. Ik herhaal ‘show fewer shorts’. Irritatie is een addiction. Ik slalom langs de brokken over AI. Youtube wil me doen geloven dat ik iets moet met AI.
Als ik de kosten van mijn addiction omreken liggen in Chicago in Caroline Myss’ penthouse duizenden euro’s die ik ook aan het huis had kunnen besteden: kozijnen, aan vakantie.
Met steeds kortere tussenpozen publiceert Caroline Myss content, alsof ze permanent op een straathoek staat. Ik slurp vier ijskoude Starbucks cappuccino door een rietje. Het is 8 uur ’s ochtends op een tropische dag. Ik denk aan iedereen die aan haar lippen hangt en slurpt. Mijn ego is in gevecht met mijn ziel. Ik attach graag to the spectacle. Zij is er. Addiction is ‘een niet te verwrikken onbeweegbaarheid’ (Jeroen Brouwers, De laatste deur).