In de OBA is het heerlijk warm. Ik zit  op de bank, voor de printer. Op de kast met romans van auteurs met een achternaam met de beginletter C staat een poster ter herinnering aan Paulien Cornelisse. Ze staat op een brug in Amsterdam, haar hoofd geflankeerd (gestut?) door twee rijen grachtenpanden. Door een perspectivische vertekening lijkt het of er grachtenpanden uit haar rechteroor groeien en ze met haar rechteroog op tweehoog bij mensen kan binnengluren. Reuzenpaulien in miniatuuramsterdam. Daarnaast op de kast staat een boek van Maarten Spanjer, vermoedelijk een guerilla-actie: geen poster, geen tekst, wel een in memoriam. Ik zak weg in de zachte kussens. De bibliotheek is een aangename schuilkelder tegen de kou. Ik lees Erich Fromms boek over hoe de bange, woedende mens vlucht in autoritairisme, destructivisme en conformisme. De dingen zijn indrukwekkend zoals ze zijn.