Elke schepping is kiezen en afwijzing — parafrase G.K. Chesterton
In In de marge schrijft Elena Ferrante dat Lila in de Napolitaanse romans ‘het ontstuimige schrijven’ en Lenù ‘het volgzame schrijven’ representeert — allebei heeft ze nodig, al zoekt ze in haar schrijfpraktijk vooral naar het onstuimige schrijven: liefst sleept ze de ikken buiten de kantlijn het schrijven in. Ik ben een luie lezer. Ik geloof Erena Ferrante die zegt dat ze een eenvoudig idee in een boek overnam, over twee vrouwen die elkaars schrijven bewonderden, en die het geweldig vonden als de een over de ander schreef, en die in het verborgene rondliepen met wat de ander deed met het door henzelf geschrevene — het zou me niet verbazen wanneer Elena Ferrante met dat boekidee dat uitmondde in de Napolitaanse romans iets wil zeggen over de wederzijdse dynamiek van teksten, het vreemde lus-karakter: er is altijd een noodzakelijke ander, iemand die jou schrijft, die je kunt bewonderen, en die jou kan bewonderen, door wat jij schrijft.
Ze schrijft over het dubbele egotisme van Gertrude Stein.
Gertrude Stein, die zelf als auteur op het omslag staat, heeft Alice B. Toklas (‘de noodzakelijke ander’) nodig om in De autobiografie van Alice B. Toklas te schrijven dat zij, Gertrude Stein, geniaal is. Dat is geniaal! Vanaf dat moment wordt in Ferrantes kladschrift de werktitel ‘de noodzakelijke vriendin’ ‘de geniale vriendin’, ze zijn één en dezelfde figuur: auteur en personage.
Lenù en Lila, Gertrude en Alice B. scheppen elkaar, ze gebruiken elkaars (auto)biografie om elkaars (auto)biografie te schrijven, om de ander te schrijven en geschreven worden.
Deborah Levy schrijft over Gertrude Stein dat die haar hele leven alle energie besteedde aan onbegrijpelijk te zijn, aan zich te ontdoen van wat haar gevormd had, inclusief de taal zelf. Haar naamloze personage dat een essay probeert te schrijven over Gertrude Strein schrijft dat.
Elena Ferrante gaat een stap verder en ontdoet zich van Elena Ferrante.
Elena Ferrante is het personage dat Elena Ferrante schept.
[bij het lezen van In de marge, Elena Ferrante, Mijn jaar in Parijs met Gertrude Stein, Deborah Levy]