Ik zit op twee stoelen onder een luifel, lees het inteview van Cees Nooteboom met Fellini over Il Casanova di Federico Fellini. Benen en blote voeten steken uit, baden in een strook zonlicht, likkend licht*, heerlijk warm, aangenaam, horizontaal, totaal andere ervaring dan pootjebaden in een zwembad of zee, wat ik niet doe. De zee is de eerste 30 seconden altijd koud, hoe verhit het lichaam ook is en hoe langzaam ik me ook voortbeweeg, de blik gericht op de horizon en op de kwallen, glasachtige plumpuddingen, die in overvloed op het strand liggen, al heb ik er de ogen niet voor om dat tegelijk te doen. Vogels met ogen aan de zijkant van hun kop kunnen dat wel, zowel het graantje of wormpje of wiertje op de grond waarnemen als het gevaar in de verte. Ze lopen de hele tijd met gekantelde hoofdjes in de tuin, wat me ontroert. Ik ben een monster om in de gaten te houden.

* Maud van Hauwaert

[ik zie kinderen dode kwallen die de zee heeft uitgespuwd op gele plastic schepjes scheppen en terug naar zee dragen.]