Je weet dat niks zin heeft, niks ertoe doet, niks dat kan veranderen – wat te doen? Je komt Zhuang Zi tegen bij Patricia de Martelaere. Je komt Zhuang Zi tegen bij Aldous Huxley. Je komt Zhuang Zi tegen bij A.L. Snijders. Je komt Zhuang Zi tegen, net op tijd. Je leest Zhuang Zi. Je sporen uitwissen is makkelijk. Niet over de grond lopen is moeilijk. Iedereen om je heen doet dingen. Kantoorleven, er gaan deuren open met plastic kaartjes, om zes uur gaat het alarm, dan moet je weg zijn, niemand is ooit klaar. Je beperkt (= verruimt) je tot lachen (= zwerven) met collega’s.