Ze wordt in media res wakker.

Vóór goedemorgen, vóór het openslaan van het gordijn met de kier, vóór een aanraking, voordat ze me aankijkt vliegt ze me naar haar geest, in het grijsblauwe licht van haar slaapkamer: ‘Er zit een vrouw bij me die heeft een verhaal geschreven over een oude vrouw met kraaloogjes die wil dat het weer oorlog wordt’.

Elk verhaal is in principe oneindig, staat buiten de tijd, schrijft Joyce Carol Oates in Soul at the White Heat. Er is altijd ‘en daarvoor, en daarvoor, en daarvoor’ zoals er ook altijd is ‘en daarna, en daarna, en daarna’.

Met een begin en einde is pas sprake van een verhaal.

Vandaag begint de dag met De vlieg, een kort verhaal van Katherine Mansfield waaraan de heksachtige vrouw die wil dat het weer oorlog wordt haar herinnert, dat wil zeggen waaraan hoe haar klasgenoot over het kwaad schrijft haar herinnert, dat wil zeggen waaraan ad infinitum.

Ze neemt de kortste weg, staart naar het plafond en laat de zinnen kaatsen.

Dit is dus (g)een begin.

This is ongoing.