Ik kan niet bevatten dat er auto’s rondrijden die bezig zijn om de wereld te fotograferen zodat ik naar die weergave kan kijken en voor zover dat nog niet gelukt is dat eerder een kwestie van tijd lijkt dan van onmogelijkheid. Google brengt 25 Nederlandse natuurgebieden, landgoederen en forten in beeld en ze distribueert een app waarmee ik het zelf kan doen. De paden op, de lanen in.

Kurt Caviezel zit al vijftien jaar lekker warm in zijn studio in Zurich naar het scherm te kijken. Hij monitort 15.000 webcams. Hij maakte 3 miljoen screenshots. The Encyclopedia of Kurt Caviezel (2015) toont een selectie. Op één foto zwaait een groepje mensen enthousiast naar Kurt, ze staan rond een bord met daarop de tekst: ‘webcam will zoom in to take your photo here’.

Het idee van een beslissend moment lijkt plots futiel. Iedereen blijkt hetzelfde te doen: op de top van een berg een fiets boven het hoofd tillen (mannen), een blote kont voor de camera tonen (mannen), in een schilderij van Caspar David Friedrich staan, subliem en overweldigd. Kleine stipjes in immense landschappen. Ook toevalligheden worden patronen: insecten, waterdruppels, storingen.

Bladerend door de encyclopedie het even troostrijke als beangstigende inzicht: als je lang genoeg blijft kijken gebeurt alles nog een keer.

Het web heeft het vreemde effect dat alles erbuiten niet langer interessant lijkt. Alles op het web lijkt interessant. De overvloed aan beelden is onbeschrijflijk. Ledigheid wordt vanzelf een deugd. Uit het voorwoord: ‘No one enjoys leaving his or her desk to deal with the small challenges of everyday life – despite the refreshing effect of regular walking. The webcam allows you to remain seated.’