Als ik het lokaal binnenkom zitten ze aan hun tafeltjes, turen gebiologeerd naar hun schermen en schermpjes. Sommigen eten een broodje dat zo rijk belegd is dat het uit zijn voegen barst. Als ik zo naar ze kijk, voorovergebogen, devoot, mag ik ze wel. Waarom zou je niet voortdurend op je telefoon kijken waar al je vrienden zitten, het meisje van je dromen; hongerig grote happen naar binnen proppen, eten met een gulzigheid alsof gulzigheid geen einde kent? Endless bowls, infinite feeds, autoplay‚Ķ zo zitten we zelf in elkaar, technologie spiegelt ons. Nog eentje dan. Ik kan me niet losrukken van haar berichtjes. Ik eet nog een cracker. Willen we niet ten diepste dat niks ooit nog stopt? Ik noem dat levenslust, doe een kantelraam open om de etensgeuren te verdrijven. ‘Laptops dicht, telefoons weg’ zijn mijn eerste woorden.