Op een weblog verstrijken de dagen in een kalm, gelijkmatig tempo, onderscheidt gisteren zich nauwelijks van morgen; het zit hem in de structuur, de monotone vorm, die je weliswaar kunt doorbreken door af en toe een ander template te kiezen maar die niettemin vastligt in de aard van weblogsoftware – het wil meer van hetzelfde. Vandaag is voor mij desondanks toch wel tamelijk aardschokkend bijzonder. Na vijf jaar hogeschool heb ik mijn ontslagbrief getypt. Ik doe niks meer. Ik schrijf. Rationeel wilsbesluit – niettemin kan ik dit bericht in hoofdletters schreeuwen. Eén van de aardige aspecten van onderwijs is dat je ontzettend veel te weten komt over jezelf. Onderwijs (vanwege zijn enorme studentaantallen) is een permanente stroom van extreem korte confrontaties met mensen die je niet kent, een beetje kent, half kent, graag leert kennen. ‘Onder welke steen kom jij vandaan gekropen?’ riep een eerstejaars in de eerste week van het nieuwe studiejaar. We kenden elkaar twee minuten. Lichaam en geest kun je niet scheiden. Je staat daar – je steekt stekkertjes en snoertjes in beamers, doet deuren open, zet tafels recht, vraagt of de laptop dicht kan, telefoons uit – je staat daar met al je zintuigen, in het leslokaal, in de collegezaal, in de gang, in de lift, waar het moeilijk schuilen is achter van te voren geschreven woorden – rustig, kop koffie naast je – herzien, gewikt, gewogen, te licht bevonden, eeuwig redigerend omdat dat kan, omdat technologie ons bevrijd heeft van de onveranderlijkheid van woorden op papier. Eenmaal gezegd, altijd gezegd. Ik dwaal af, reden waarom ik schrijf. De studenten ga ik missen. Eerlijker en directer kom je ze niet tegen. Verder? Ik heb nog nooit zo hard gewerkt en zo weinig concreets bereikt. Een waardevolle levensles: het gaat niet om jou. Ook daarom kun je stoppen.