Ik heb in mijn leven best nogal wat liefdesverdriet gehad, en dat is nu lang geleden, zo lang geleden dat ik er bijna nostalgisch op terug kan kijken, terwijl als je iemand dan ontmoet die erin zit zegt, nou dit is echt niet iets om warme gevoelens bij te hebben, maar ik herinner me wel dat als ik bijvoorbeeld liefdesverdriet had, dat ik dan, ik stond dan de hele dag op het punt van huilen, dus je moest dan iedereen min of meer te vriend houden, want je kon zomaar instorten, dus met de cassière praatte ik dan, met de verpleegster, met…met…iedereen die je tegenkwam was een potentiële troost, dus ik ging open van een bepaald soort eenzaamheid.

[…]

In mijn voorstelling zeg ik ook van, heb ik het over geliefdes die het uitmaken onder het motto ik ga weg bij jou om mezelf te zoeken en dan zeg ik dat het over het algemeen niet werkt omdat die mensen zichzelf nog meer kwijtraken omdat ze de ene persoon waarin ze zichzelf zouden kunnen vinden wegsturen.

[…]

Voor jezelf kiezen hoeft niet altijd te betekenen dat iemand bij het vuilnis gezet moet worden, zeg maar. Dat je ook voor iemand anders kan kiezen en daarmee voor jezelf. Of dat je ook autonoom je autonomie kan opgeven. Of dat je ook, ja, heel persoonlijk even niet persoonlijk kunt zijn. – Laura van Dolron over Wij in Nooit Meer Slapen

Ze zegt dat ik een helder verhaal moet hebben om door te kunnen, en dat geloof ik zeker, maar welk verhaal dan, als het zo eenvoudig is om er mijn verhaal van te maken en tegelijkertijd zo godsonmogelijk moeilijk. Ik denk nu ook, misschien is er geen verhaal.