Een emmer is niet bedoeld om water in te laten staan. Wel even, kort, maar niet tot in het oneindige, een gevulde emmer maakt volgend gebruik lastiger, de emmer nuttelozer. Een gevulde emmer lijkt een verbruikte emmer. De emmers die ik gebruik zijn gevulde emmers, vierkante emmers uit de bouwmarkt. Er zit een tuitje aan. Ik weet niet waarvoor anderen deze emmers gebruiken, ik vermoed stuccen of verf mengen.
De vierkante emmers zijn zwart, net als de twee betonkuipen die ik buiten heb staan, een grote en een kleine, die nog steeds groot is.
Op een witte overall zie je minder vlekken als je met wit schildert, waarom de emmers zwart zijn weet ik niet. Contrast met de omgeving zodat je er niets naast giet?
De emmers zet ik binnen strak tegen de betegelde muur, ik align ze, met het plezier van iemand die een auto kaarsrecht langs de muur inparkeert, de enige plek die er nog was.
Ik ben in mijn huis het meeste bezig met water.
Het heeft al dagen niet geregend en de grijze kat kan niet langer bij het bodempje in de betonkuip die hij als drinkbak gebruikt. Ik vang de regen op om de vierkante zwarte emmers te vullen. De betonkuipen zijn nog het meest Escher: door de zwarte wanden staat het water er mooi rond in, soms drijven er bladeren in en de hemel is mooi weerspiegeld, de maan gevangen, drie werelden.
De zwarte emmers staan gevuld aan mijn voeten. De witte stortbak gebruik ik eenmaal per maand om te kijken of die het nog doet, dan hoor ik het water door de krochten van het huis slingeren en luchtbellen voortduwen. De stortbak vult zich.
Een vlotter kan stuk. Een duiker is een belangrijke uitvinding. Ik voel me een Hollander. Het water boezemt ontzag in.
Ik weet dat bewoners die na me komen zullen breken en opnieuw beginnen: dat doet elke recente huiseigenaar op de dijk. Met mokerslagen slaan ze een huis neer, een gat in een gebit, ze pakken alles grondig aan.