Ik leef in twee werelden. Ik was een broek in de wasbak, bespuit een vlek met afwasmiddel (bespuiten is niet het juiste woord, ik zet de fles op de vlek, knijp erin als in een tube olieverf, wrijf met de harde rode rand van de fles de groengouden gel in de vlek). Dan week en was ik de broek. Het lastigst is het uitspoelen en niet nat worden en de broek niet kreuken als ik boven de wasbak de pijpen wring. Het voordeel van een wasmachine: alles vindt comfortabel plaats achter een dik patrijspoort, de woeste schuimende zee is iets om naar te kijken, als op een cruiseboot, de badkamer blijft droog, rustig drink ik een kop koffie. Ik draag de zware natte broek naar buiten en sla de pijpen uit, probeer met grote kracht een grote versnelling op te wekken, een zweepslag zonder dat de pijpen de grond raken. Waterdruppels vliegen in het rond, ik sproei de heg. Het bevalt me om dingen analoog te doen (tokimekumono), ik zet het leven in zijn achteruit en draai de parkeerplek op. Mijn neefje komt en eet een tosti en laat op zijn schermpje de Cybercar zien, een goudgele auto, zonder stuur, zonder gas- en rempedaal, waar een Amerikaan zorgeloos instapt. ‘I’ve been waiting for this moment for years.’ Hij laat zich als een koning door Austin rijden. De gouden koets glijdt zelf (auto=zelf) soepel door het verkeer. Een 22 inch-scherm bedekt de voorruit. ‘The 22″ screen is HUGE. The video doesn’t do it justice.’ Swipend bedient de man stoelleuningen, ramen, de airco, zet hij een film op. Mijn neefje, een jaar zijn rijbewijs, vertelt hoe hij na een lange dag in slaap sukkelend naar Amsterdam reed, waarbij de Tesla hem steeds wakker piepte. Een camera registreerde hoe zijn oogleden dichtvielen. Ik luister naar zijn verhaal en probeer in te schatten of hij dat lekker aandikt. We hebben het over files, drukke A2. Ik vertel hem mijn idee voor de scheepvaart, toenemende droogte en dalende waterstanden in rivieren. Waarom zijn boten niet ook amfibievoertuigen? Zodat ze verder kunnen rijden als varen niet langer gaat? Hij is niet onder de indruk, veegt dit belachelijke idee van tafel: zo’n lading steenkool is veel te zwaar. Tien vrachtwagens zijn handiger. Ik ben gekrenkt. Het gaat om het idee. Die waterwegen liggen er. Gelukkig had ik net gelezen hoe bruggen eroderen en scheuren waar we bij staan. Al het gemaakte bezwijkt onder al ons gewicht. Vrachtverkeer mag niet over brug A28 bij Nijkerk. Elke dag dat de brug dicht is kost een miljoen euro. Ik heb hem, het geldbedrag maakt indruk. Hij rijdt luxe auto’s van A naar B als bijbaan, hij wordt betaald voor elke seconde vanaf het moment dat hij zijn voordeur uitstapt. Ik kijk naar de Cybercar, het vak van chauffeur wordt geautomatiseerd, het plezier van autorijden verandert. Mijn angst voor mijn slechter wordend zicht en toekomstige keuringen neemt intussen af. Een rijbewijs lijkt iets van het verleden. 

[bij het kijken naar world’s first public Tesla cabride]