In de supermarkt staat een schaal met blauwwitbruine chocoladen hartjes — ‘dank voor het begrip en vertrouwen tijdens de storingen’. Ik neem er twee. Ik sta bij een bak met blokken kaas naast een vrouw: 1 + 1 gratis. We buigen ons over de rand alsof het baartjes goud zijn. Elk blok kaas heeft de vorm en omvang van een baksteen. Zoveel eet ik niet, ik ben alleen, zegt de vrouw. Ik kom net uit een hoofdstuk Richard Sennett (respect, het gevaarlijke woordje ‘wij’) en stel voor om samen twee blokken kaas te kopen. We zijn er bijna voelen we, we voelen ook dat het steeds ongemakkelijker wordt, het moment gaat voorbij. Thuis zie ik een vriendelijke hack voor me: alle online 1+1 gratis-bestellingen worden automatisch gesplitst en aan twee voordeuren afgeleverd. In de winkel zie ik een onvriendelijke: de lege flesjes die je kunt vullen met vers sap en die met tientallen in een bak liggen – spiksplinterschoon – kun je droog en niet kleverig door de statiegeldautomaat duwen. Ik houd van mijn miniatuurleven: gedachten van opstand en naastenliefde zijn particulier, klein, en blijven vrijwel altijd onuitgevoerd.