Schrijven is een kunst, ja een geneeskunst. Als ik maar schrijven kan ben ik geen slaaf meer, maar een heer. Een geneesheer. En ik maak mijzelf beter. Dubbelzinnige zegswijze is dat! Betekent het dat ik mijn eigen portret flatteer? Of dat ik mezelf cureer? Het zal van allebei wel wat hebben. Maar in elk geval wordt mijn eigen chaotische bestaan, als ik maar schrijven kan, weer in orde gebracht. En wat een zwart hol was, lijkt weer een bewoonbaar huis. Ziedaar de macht van het woord! Het is een zwak afschijnsel van wat in Genesis 1 staat. Het is een beetje schepping.

[Anno Domini, Dagboeken, 1978-1992]