Beidt uw tijd en duur uw uur — Albert Verwey

Ik ben in Amsterdam.

Ik leefde vijf weken met een merel die mij, als een ding uit het gedicht, ‘s ochtends groette. Ik gooide gedroogde mangostukjes op het gras.

Een collega videobelt en vraagt of ik enkele kilo’s ben aangekomen. Wanneer ik weer begin. Ik stap zwaarmoedig op de fiets.

Ik raap blikjes, ruil ze voor een tros bananen en ijskoude Starbucks Cappucino. De kleverige plastic tas prop ik in de fietstas.

Ik zet me op een bankje aan het water, zuig in één teug ijskoffie door een rietje van karton, opdat het niet slap wordt.

Het machientje trilt — mangostukjes!

De collega stuurt een pdf met 30 monumentale bomen in de stad en de criteria om in de lijst te mogen: ‘meer dan 100 jaar oud, goede levensverwachting, bijzonder kenmerk — bijvoorbeeld beeldbepalend, bijzonder dik of hoog, onderdeel van een ontwerp of aangeplant bij een bijzondere gebeurtenis.’

Ik herinner me de omgehakte bomen bij de Beurs van Berlage die een knoop in mijn maag veroorzaakten. Er moest een fietsstalling komen.

Ik google en zie de ideeën om wat te doen met het hout van het plein: krukjes en het bewaren van een bast met het woord NOW (herinnering aan Occupy).

Ik kan besluiten de wandeling langs monumentale bomen te maken. Ik kan besluiten uit te zoeken of de ideeën gerealiseerd zijn.

Ik stuur de pdf door, vermeerder de vreugde.

Schrijven betekent totale vrijheid belangrijk vinden. Ik wacht en houd vol.