Hoe denkt de filosoof over de schemerzone? Als de contouren oplichten, de dood komt aanstuiven, onverbiddellijk, na 3 jaar, na 10 jaar, na 31 jaar, een reeks haarspeldbochten, een niet te stuiten mot op weg naar een kaars. Christa Pike (50 jaar) zit op een stoel, krijgt twee injecties, het moet snel, om middernacht verloopt het bevel tot uitvoering van haar executie. Ze voelt pijn in haar arm, ze gromt, ze gaapt, haar hart blijft kloppen, ze snurkt luid. Ze is niet bang voor de dood, wel voor het hoe. Dat is een antwoord. Terwijl ik dit lees lees ik over de dood van Paulien Cornelisse. Ik lees. Ik lees. Ik lees. Ik lees in een encyclopedie dat de rook van een uitgeblazen kaars geen rook is, maar damp van kaarswas, dat een beetje kaars die brandt evenveel calorieën verbruikt als een mens (8 gram kaarsvet per uur), dat kaarsen pas vanaf de late Middeleeuwen in Europa werden gebruikt. Als het verhaal verteld is blaast iemand de kaars uit. Wie is die iemand?

[bij de dood van Paulien Cornelisse (1976-2026) — als bidprentje stuur ik screenshots van de Kusama-achtige foto’s die Anne Claire de Breij maakte naar de cloud. Ik betaal Apple graag 2,99 euro per maand]