{"id":70174,"date":"2026-05-12T08:03:00","date_gmt":"2026-05-12T08:03:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/?p=70174"},"modified":"2026-05-13T08:07:47","modified_gmt":"2026-05-13T08:07:47","slug":"my-own-private-wikipedia-kahlil-gibran","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/my-own-private-wikipedia-kahlil-gibran\/","title":{"rendered":"my own private wikipedia: kahlil gibran"},"content":{"rendered":"\n<p><em>Kahlil Gibran putte zijn zeggingskracht uit een groot reservoir van geestelijk leven, anders had zij nooit zo universeel en krachtig kunnen zijn, maar de majesteit en de schoonheid van de taal waarin hij haar hulde was helemaal van hem alleen<\/em> \u2014 Claude Bragdon<br \/><br \/>Jibran Khalil Jibran, volgens de gangbare Arabische gewoonte zo genoemd naar zijn grootvader van vaders zijde en zijn vader, heeft later zijn naam veranderd in Kahlil Gibran. Hij werd geboren in Libanon in het dorpje Bisharri, dat vrij ge\u00efsoleerd op 1700 meter is gelegen onder het Libanon-gebergte. Zijn geboortedatum is, zoals de dichter zelf heeft opgemerkt, onbekend en wordt afwisselend gesteld op 6 december 1882 en 6 januari 1883.<br \/>Zijn moeder, Kamilah Rahmi, de dochter van de dorpspriester, stamde uit een aanzienlijk geslacht van Maronitische priesters en huwde in haar eigenzinnigheid in feite beneden haar stand toen ze ergens tussen 1879 en 1882 trouwde met de schapenteler Khalil Jibran. Ze was eerder getrouwd geweest met Abd- al-Salam Rahmi, haar neef, die haar in de steek had gelaten om zijn fortuin te gaan zoeken in Brazili\u00eb en van wie zij een zoon had, Butrus (Peter). Later zouden er nog twee dochters worden geboren, Sultanah en Miryanah (Marianna). De moeder was een uiterst verantwoordelijke, zeer toegewijde vrouw, die in staat was zichzelf op te offeren en die een grote dosis eerzucht bezat ten aanzien van de toekomst, terwijl de vader een bullebak, een dronkelap en een gokker was. Daardoor was het gezinsleven niet bijster harmonisch en Kahlil, een zeer gevoelig kind, moet hier sterk onder geleden hebben. Daar kwam nog bij dat de sfeer op school nogal deprimerend was. En zo zocht het jonge kind zijn toevlucht in de natuur, in dagdromen en het maken van tekeningen. Dit alles tot groot ongenoegen van zijn vader. In 1894 draaide Gibrans vader, beschuldigd van het verduisteren van geld van de dorpsgemeenschap ten bate van de heersende Bey, de gevangenis in. Hiermee was kennelijk voor moeder Kamilah de maat vol. Zij verliet op 25 juni 1895 met haar kinderen Libanon om er nooit meer terug te keren. Het is misschien goed hier in het kort nog twee dingen te vermelden. Men moet vooral niet de indruk krijgen dat Kahlil Gibran als kind een ijlhoofdige dromer was. Integendeel, hij was een verwoed knutselaar, die zich met groot enthousiasme wijdde aan zijn &#8216;ontdekkingen&#8217;, waarmee hij hoopte bewondering en respect af te dwingen. Dit was vermoedelijk ook de motivatie die hem in Amerika naar die laag van de bevolking toe zou drijven die uiteindelijk zijn genie zou erkennen. Een gebeurtenis die diepe indruk op de jonge Kahlil maakte, was dat hij vlak voor het vertrek naar Amerika een schouderblessure opliep. Hij werd gedurende veertig dagen aan een kruisconstructie gebonden, zodat er geen dislocatie kon optreden. Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat een dergelijke dubbele symboliek \u2013 het dragen van het kruis, het eigen kruis en dat van Jezus en die van het getal veertig &#8211; diepe indruk moet hebben gemaakt op deze zeer gevoelige, zeer gelovige jongen.<br \/>Eenmaal in Amerika aangekomen, vestigde de familie zich in de arme, smerige &#8216;China-town&#8217; van Boston, de grootste Syrische gemeenschap in de Verenigde Staten. Op Kahlil na ging de hele familie hard aan de slag om de kost te verdienen en in 1897 bleek er voldoende geld te zijn om de veelbelovende zoon terug te sturen naar Beiroet, zodat hij kon studeren aan het Madrasat-al-Hikmah, het Instituut voor Wijsheid. Hij studeerde hier niet voor een graad, maar legde zich toe op de studie van het Arabisch, het Frans en het ontwikkelen van zijn schrijftalent. Zijn verzet tegen de academische discipline had vermoedelijk te maken met zijn jeugdervaringen voor wat betreft autoriteit thuis en op school en zou ook weer de kop opsteken in zijn studietijd in Parijs. Tevens openbaarde zich voor het eerst een trek die op latere leeftijd sterk naar voren zou treden, namelijk die van het intellectuele leiderschap. Gibran placht de zomervakanties door te brengen bij zijn verbitterde vader, die inmiddels volslagen alcoholist was en geen enkel respect kon opbrengen voor de gevoelens en talenten van zijn zoon. Het liep uit op een totale breuk en Gibran trok in bij zijn tante. Hier werd hij verliefd op Hala-al-Dahir, de dochter van de buurman, die model zou staan voor Selma in de novelle Gebroken vleugels. Hij had bitter te lijden onder de arrogantie en afwijzende houding van de broer van het meisje.<br \/>In 1899 keerde hij naar Boston terug. Hij zette zijn studie niet voort, maar ging door met zich te ontwikkelen op het literaire vlak. In 1902 vertrok hij, zij het slechts voor zeer korte tijd, wederom naar Beiroet omdat de dood in zijn familie toesloeg. In 1902 en 1903 stierven achtereenvolgens zijn zuster Sultanah, zijn halfbroer Peter en ten slotte zijn zo geliefde en bewonderde moeder, allen aan tuberculose. Tegen deze harde feiten zou Gibran een beschermende muur opbouwen van eigen overtuigingen: verdriet als middel tot loutering; de uiteindelijke goddelijkheid van de mens; re\u00efncarnatie; een droomwereld waarin je de werkelijkheid kunt ontvluchten; en zijn eigen messiaanse roeping. Wat de Libanese gemeenschap hem zwaar aanrekende was dat hij zijn zuster Marianna liet werken om ook in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij trad die kritiek en minachting vriendelijk en hoffelijk tegemoet, maar uit de brieven uit die tijd blijkt dat hij er diep onder gebukt ging, om door te slaan naar uitersten van zelfbeklag (een overheersende trek) en regelrechte hoon van de \u2018koopmansmentaliteit\u2019. Dat hij zich wilde wijden aan pen en penseel was bepaald geen teken dat hij werkschuw zou zijn, zoals hij later overtuigend zou bewijzen.<br \/>In 1904 had Gibran een collectie tekeningen bijeengebracht die hem goed genoeg leken voor een expositie. Deze werd gehouden in de studio van zijn vriend en weldoener, de bekende fotograaf Fred Holland Day. De tentoonstelling zette niet veel zoden aan de dijk, maar het was hier dat Gibran Mary Haskell leerde kennen, die aan het hoofd stond van een kostschool en die zijn vriendin en weldoenster voor het leven zou worden. Hoe de verhouding tussen de jongeman van eenentwintig jaar en de veel oudere vrouw precies lag, zullen we, ondanks het feit dat we er een uitgebreide briefwisseling over hebben, nooit met zekerheid weten, maar het is overduidelijk dat Gibran in de vrouw altijd de moeder en de inspirerende muze heeft gezien. De warmte, geborgenheid en vermoedelijk ook de financi\u00eble zekerheid waaraan hij zo&#8217;n behoefte had heeft hij kennelijk, tot zij in 1921 uit elkaar gingen, bij Mary Haskell gevonden.<br \/>In 1903 ging Gibran in Boston literaire essays schrijven voor de Arabische emigrantenkrant Al-Muhajir en in 1908 begon hij met de publikatie van zijn boeken in het Arabisch. In datzelfde jaar vertrok hij, financieel gesteund door Mary Haskell, naar Parijs om te gaan studeren aan de Ecole des Beaux Arts, waar hij zich bekwaamde in het schilderen en beeldhouwen. Het staat absoluut niet vast dat hij in Parijs de beroemde beeldhouwer Rodin heeft ontmoet, laat staan dat hij onder hem gewerkt zou hebben. Behoort dit gerucht wellicht tot de mythe die Gibran in deze tijd om zich heen begon te weven in een drang naar persoonsverheerlijking? Hoopte hij hierdoor de erkenning te krijgen waaraan hij zozeer behoefte had? Men moet aannemen dat dit niet zozeer een falsificatie van de werkelijkheid was, als wel een zeer diep geworteld gevoel van onzekerheid, dat zijn uiting vond in een uitgesponnen droom. In 1910 verliet Gibran Parijs, dat steeds de stad van zijn dromen zou blijven, om terug te keren naar Boston. Hier stichtte hij in het jaar 1911 de Al-Halquat al Dhabiyah, een Arabisch genootschap, zoals er zovele bestonden. Het bleek moeilijk van pen en penseel te bestaan en dus begon hij aan het schilderen van por- tretten. Om zichzelf bij voorbaat van succes te verzekeren heeft hij vermoedelijk een serie portretten van beroemdheden geschilderd naar foto&#8217;s of voorbeelden van anderen, waaruit de mythe is ontstaan dat mensen als Rodin, Debussy, Maeterlinck reeds in zijn Parijse tijd voor hem hadden geposeerd.<br \/>In 1912 verhuisde Gibran naar New York, waar hij een eenvoudige studio betrok. In dat jaar verscheen ook Al-Ajnihah al Mutakassirah (&#8216;Gebroken vleugels&#8217;), het verhaal van zijn eerste grote liefde. In 1914 verscheen de bundel Dam&#8217;ah wa Ibtisamah (Een traan en een lach&#8217;), waarvan sinds 1904 verscheidene verhalen in verschillende tijdschriften waren verschenen. Tussen 1912 en 1918 verzamelde hij de verhalen die in 1920 zouden verschijnen onder de titel Al-Majnun (&#8216;De dwaas&#8217;), tevens zijn eerste Engelse bundel. Toen in 1918 de Eerste Wereldoorlog was afgelopen, hielp Gibran het Syrian-Mount Libanon Relief Committee stichten &#8211; waarvan hij de secretaris zou worden &#8211; om de nood te lenigen van zijn landgenoten, die zwaar onder het krijgsgeweld hadden geleden. Hieruit blijkt dat hij beslist geen sentimentele ego\u00efst was die zijn geweten probeerde te sussen door het uiten van humanitaire gevoelens op papier zonder deze in praktijk te brengen. In deze tijd blijkt Gibran eindelijk zijn vele zwakheden niet meer op de buitenwereld te projecteren, maar deze in zichzelf te zoeken. Een van zijn gevoeligheden was dat hij al te gemakkelijk zwichtte voor de aanbidding van vrouwelijk schoon. Iets wat de man in wie velen de belichaming zagen van de held uit De profeet en die zich in zekere zin ook als zodanig opwierp zwaar werd aangerekend. Op grond hiervan is hij dan ook door veel critici aangemerkt als \u2018dubbelhartig\u2019. Gibran zou langzaam maar zeker de verwezenlijking van zijn idee van volmaaktheid in zichzelf zien groei- en. Zoals hij zelf eens opmerkte: &#8216;Vrouwen hebben de dichter en de schilder lief, maar mijzelf zien en beminnen ze niet.\u2019 Men neemt thans aan dat zijn grote liefde Mayy Ziadeh is geweest. Zij werd in 1890 in Nazareth geboren en verhuisde in 1908 met haar familie naar Ca\u00efro, waar haar Libanese vader een krant begon. Zij was het prototype van de intellectuele vrouw, de voorvechtster van de emancipatie van de vrouw in het Nabije Oosten en een gevierd schrijfster. In 1912, na het verschijnen van Gebroken vleugels, ontspon zich een zeer persoonlijke briefwisseling, die tot het eind van<br \/>Gibrans leven zou duren. Zij hebben elkaar echter nooit anders dan in de geest ontmoet.<br \/>In deze tijd begon Gibran, die nog steeds in zijn levensonderhoud voorzag met portretschilderen en wiens boeken weinig succes hadden, zich te richten op een nieuw publiek. Hoewel hij het schrijven in het Arabisch nooit helemaal heeft opgegeven, zijn de werken die vanaf 1918 verschenen vrijwel allemaal in het Engels. Men kan stellen dat hij zich van een jeugdige rebel, die schreef in het Arabisch, ontwikkelde tot een mysticus, die zich zowel in het Arabisch als het Engels uitdrukte. Tevens wierp hij zich op tot de intellectuele leider van een aantal schrijvers en werd hij door zijn broeders in de kunst ook als zodanig gezien. Vanaf 1918 verschenen successievelijk: De dwaas (1918), Twenty Drawings (1919), De voorloper (1920), De profeet (1923), Zand en schuim (1926), Jezus, de men- senzoon (1928), The Earth Gods (1931, twee weken voor zijn dood), De zwerver (dat persklaar was) en het onvoltooide De tuin van de profeet (dat in 1933, voltooid door Barbara Young, de vrouw met wie hij sinds enige tijd samenleefde, zou uitkomen). Het had in Gibrans bedoeling gelegen een trilogie te schrijven, waarin hij de verhouding van mens tot mens (De profeet) van de mens tot de natuur (De tuin van de profeet) en van de mens tot God wilde belichten. Helaas is het derde deel door de vroegtijdige dood van de dichter nooit geschreven.<br \/>Gibran was lichamelijk nooit erg sterk geweest, maar sinds 1921 had hij ernstige hartklachten. Dit belette hem echter niet tot het eind van zijn leven hard te werken, als schrijver \u00e9n als schilder. Hij had het zelfbeklag en het pessimisme uit zijn jonge jaren achter zich gelaten en trad thans het leven met sto\u00efcijnse kalmte, een grote dosis optimisme en een universeel gevoel van liefde tegemoet. Hij stierf op 10 april 1931 om elf uur &#8216;s avonds.<br \/>Een van zijn hartenwensen ging in vervulling toen hij op 21 augustus 1931 met groot eerbetoon op het Sint Johanneskerkhof te Bisharri werd begraven. Dit hield tevens de erkenning in van de grootheid van deze dichter, die eens op grond van zijn geschrift Geest van opstand door zijn landgenoten, in het bijzonder door de politici en de kerkelijke autoriteiten, was verguisd om zijn verzet tegen de maatschappelijke wantoestanden in zijn vaderland en wiens boeken zelfs in het openbaar waren verbrand. Het is in het licht van Gibrans verhaal &#8216;De dood is des dichters leven&#8217; uit de bundel Een traan en een lach opmerkelijk te noemen dat men in Bisharri inderdaad een museum oprichtte en ieder jaar een festival organiseert te zijner ere.<\/p>\n\n\n\n<p>titel: over kahlil gibran<\/p>\n\n\n\n<p>stem: Aleid Swierenga<\/p>\n\n\n\n<p>perspectief: inleiding bij De Profeet<\/p>\n\n\n\n<p>bron: De Profeet (2003, Synthese) vertaald door Carolus Verhulst<\/p>\n\n\n\n<p>mopw: meerstemmige encyclopedie<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kahlil Gibran putte zijn zeggingskracht uit een groot reservoir van geestelijk leven, anders had zij nooit zo universeel en krachtig kunnen zijn, maar de majesteit en de schoonheid van de taal waarin hij haar hulde was helemaal van hem alleen \u2014 Claude Bragdon Jibran Khalil Jibran, volgens de gangbare Arabische gewoonte zo genoemd naar zijn<a href=\"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/my-own-private-wikipedia-kahlil-gibran\/\" class=\"read-more\">Read more &raquo;<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[695,2007,4694,974],"tags":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/70174"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=70174"}],"version-history":[{"count":18,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/70174\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":70192,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/70174\/revisions\/70192"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=70174"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=70174"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=70174"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}