{"id":64259,"date":"2020-08-06T12:20:45","date_gmt":"2020-08-06T12:20:45","guid":{"rendered":"http:\/\/www.imhd.nl\/log\/?p=64259"},"modified":"2020-08-07T04:59:36","modified_gmt":"2020-08-07T04:59:36","slug":"frequenties","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/frequenties\/","title":{"rendered":"frequenties"},"content":{"rendered":"\n<p>Zolang er niemand fietst is het landschap waar ik doorheen rijd groot, hoog en ver weg, inclusief het duin, de dijk en de lucht, maar zodra twee mensen in regenjacks eroverheen fietsen krimpt alles, behalve de fietsers, die torenen boven alles uit in het blauwe licht van de lucht. Wat is die dijk popperig. Dat moment is een schok, een wakker schudden \u2013 alsof de geest afstemt op een andere frequentie, wat natuurlijk zo is. Het brein probeert me te helpen, brengt mijn waarneming in overeenstemming met realiteit, wisselt voortdurend van schaal, meestal ongemerkt. Ik ervaar dit switchen als verontrustend omdat ik op zo\u2019n moment het massieve van realiteit voel, een kracht zo groot dat het brein zich aanpast, niet realiteit. Ik ervaar de ordenende geest en de moeite die het haar kost om alle perspectieven tegelijk te bevatten, grote dijk, kleine dijk, het vloeibare, die monsterlijke reuzenmensen op dat madurodamdijkje, de switch-glitch. Dit is een gevecht van het brein. Geest is op zo&#8217;n moment niet aan het opgaan in het ene, maar aan het tunen, scherpstellen op verscheidenheid. Het brein maakt iets van wat het binnenkrijgt via de zintuigen. Een ander deel van het bewustzijn heeft intussen in een milliseconde de kreukelzone ingeschat van een snijdende vrachtwagen en jezelf en gedacht: ok, die wint. <\/p>\n\n\n\n<p><em>[Bij het zoeken naar via negativa stuit ik op Ans Bouter. Heerlijke site over vertalen. Ze heeft een gedicht van Edna St. Vincent Millay vertaald, een naam als een vulkaan. Ik druk op de knop voor Dwars vers, 100 vertaalde gedichten van Dickinson en Millay.]<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Wedergeboorte<\/p>\n\n\n\n<p>Al wat ik waar ik stond aanschouwde<br>Drie hoge toppen en een woud en<br>Als ik de andere kant op keek<br>Drie eilandjes daar bij de kreek<br>Dus volgde ik de dunne lijn<br>Die van de horizon, zo fijn<br>En kwam weer uit waar ik begon<br>Die plek van waar ik starten kon<br>Die plek waar ik ze had aanschouwd<br>Drie hoge toppen en een woud<br>Zij waren het die mij begrensden<br>Zij vormden samen een soort venster<br>Het leek alsof mijn hand welhaast<br>Hen aan kon raken op die plaats<br>En alles leek ineens z\u00f3 klein<br>Dat het me ademloos deed zijn<br>Maar nee, de hemel is toch hoog<br>Zei ik, zo ver die hemelboog<br>En liggend op mijn rug languit<br>Kijk ik hier graag mijn ogen uit<br>En moest ik constateren dat<br>De hemel minder hoogte had<br>De hemel heeft het mij vergund<br>Te kijken naar haar hoogste punt<br>Daar had ik niet bij stilgestaan<br>Ik raak haar met mijn hand haast aan<br>En moet al voelend kreten slaken<br>Als het me lukt haar aan te raken<br>Ik slaak een kreet; oneindigheid<br>Wordt nu over mij uitgespreid<br>Ze dwingt mijn schreeuw terug te treden<br>En buigt mijn arm weer naar beneden<br>Iets wonderbaarlijks in mijn geest<br>Drong zich nu op, het leek het meest<br>Op dat ik door een glas heen keek<br>Steeds minder zag dan eerst nog leek<br>Totdat ik stilhield en bleef staren<br>En onbegrensdheid kon ervaren<br>Zij fluisterde een woord naar mij<br>\u2019t Klonk oorverdovend dicht nabij<br>En ongedempt drong in mijn oor<br>Een vriendelijke gekeuvel door<br>Gekraak van lucht en wijd verspreid<br>Het tikken van de eeuwigheid<br>Nu zag ik, hoorde ik en wist<br>Waarnaar ik vroeger had gegist<br>Het hoe, waarom van nu, altijd<br>Het universum dat zich splijt<br>Lag open voor mijn vorsersblik<br>En misselijkmakend morrelde ik<br>Wat aan de wond en zoog me vast<br>Mijn mond, een ongenode gast<br>Die pas weer losliet toen \u2019t venijn<br>Eruit was; angstaanjagend zijn<br>De tol voor mijn alwetendheid<br>Mijn ziel had nu voor eeuwig spijt<br>Op mij de last van wereld\u2019s zonden<br>De boetedoening, bittere wonden<br>Van alle spijt en al het kwaad<br>Dat mij deed piekeren, de haat<br>Die de afgunstigen verteerde<br>Ik droeg de hebzucht, de begeerte<br>En heel de tijd was al dat leed<br>Elk lijden wat mij hunkeren deed<br>Verlost te zijn, smeekte krampachtig<br>Vergeefs, en voelde vuur zo krachtig<br>Zag mensen kruipen, samen zouden<br>We sterven gaan \u2013 toen om hen rouwde<br>Ik zag een uitgehongerd man<br>Die naar me opkeek, voelde dan<br>Zijn ogen staren, door zijn kreet<br>Had ik ook van zijn honger weet<br>In mist een botsing op de zee<br>Trok schepen naar de diepte mee<br>Geschreeuw steeg op uit duizend kelen<br>Ging langs mijn keel op naar de hemel<br>Geen wond deed mij geen pijn, van dood<br>En laatste zuchten deelgenoot<br>Het huilen dat mij huilen doet<br>Ik lijd het leed, ik voel de knoet<br>E\u00e9n en al mededogen zijn<br>Als God vol van barmhartigheid<br>De zwaarte van oneindigheid<br>Drukt op mijn eigen eindig zijn<br>Mijn ziel in doodsstrijd wil ontsnappen<br>Mijn lippen voelen zelfs het klapperen<br>De druk was echter overal<br>Ontsnappen kon in geen geval<br>Zo lag ik daar, die druk zo groot<br>Te sterven maar ik ging niet dood<\/p>\n\n\n\n<p>Lang lag ik zo om dood te vragen<br>Toen zachtjes onder mij de aarde<br>Uiteen week, want \u2019t was ongekend<br>\u2019t Gewicht was zo verpletterend<br>Dat ik daar in de aarde zonk<br>Een \u00e0 twee meter in de grond<br>Daarna niet meer, weg het gewicht<br>Het kon niet mee, het was gezwicht<br>Het rolde van mijn borst en viel<br>Ging verder, mijn gekwelde ziel<br>Ze barstte los&nbsp;en vluchtend vloog<br>Ze wervelend en snel omhoog<\/p>\n\n\n\n<p>Ik rustte diep onder de grond<br>Het hoofd waar zich de hand bevond<br>De borstkas zacht onder het hoofd<br>Zo graag is deze sterveling dood<br>En plotseling en allerwegen<br>Begon \u2019t meewarig hard te regenen<br>Ik hoorde het getikketak <br>Op mijn bescheiden rieten dak<br>En zoveel meer dan ooit tevoren<br>Kon dit geluid mij zeer bekoren<br>De regen klonk innemend zacht<br>Voor iemand die begraven lag<br>Want vreugd komt er bekaaid vanaf<br>Niets is zo rustig als een graf<\/p>\n\n\n\n<p>Ik zie de regen al te graag<br>Als zij met mij een praatje maakt<br>Als ik weer levend was, zou ik<br>Haar kussen die mij zo verkwikt<br>Van elke schitterende drop<br>Neem ik de glans goed in mij op<br>Verfrissend, geurig ook de lucht<br>Van nat dat van de bomen drupt<br>De bui duurt eigenlijk te kort<br>Zo snel al dat het zonnig wordt<br>De zon die de doorweekte aarde<br>Met vrolijkheid weet op te klaren<br>Dat uitgelaten druppels allen<br>Van hun geliefde grasspriet vallen<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018k Verdraag het niet, begraven zijn<br>Terwijl het opklaart boven mij<br>De lucht weer blauw wordt na de storm<br>O schoonheid, kleurrijk, pluriform<br>Geliefder ben je me dan ooit<br>Misschien zie ik je nooit meer, nooit<br>Je lente-zilver, herfstig goud<br>Wordt zij nog ooit door mij aanschouwd<br>Ik slaap door duizend wonderen heen <br>Hier in mijn tombe zo alleen<br>Wat zou ik graag herboren zijn<br>Weer op mijn eigen aards terrein<br>Gooi, God, de kalebassen leeg<br>Breng zware regenval teweeg<br>En stuur een stortvloed op mij af<br>Die spoelt de aarde van mijn graf<\/p>\n\n\n\n<p>Ik stopte en de stilte gaf<br>Me antwoord, ruis klonk van veraf<br>Van vleugels die een fluisterend woord<br>Omlaag doen gaan langs \u2019t trillend koord<br>Waarlangs ik mijn gebeden stuurde<br>Plots werd de wind zo wild en gurig<br>Ze zweepte onweerswolken op<br>Hoog langs de lucht en water stort<br>Terneer, een grote zwarte golf<br>Die in een klap mijn graf bedolf<\/p>\n\n\n\n<p>Hoe \u2019t kan dat snap ik net zo min<br>Maar ik ervoer een prikkeling<br>Een geur die slechts aan dingen kleeft<br>Die vrolijk zijn, aan iets dat leeft<br>Een klank als van een blijde elf<br>Die liedjes zingt puur voor zichzelf<br>En wat dit alles vervolmaakt<br>\u2019t Gevoel wanneer je blij ontwaakt<br>Het gras klonk hoopvol bij mijn oren<br>Het leek of ik gefluister hoorde<br>Ik voelde koele vingertippen<br>Van regen strelen langs mijn lippen<br>Het viel op mijn verzegeld zicht <br>En plots werd al dat donker licht<br>Ik kon weer kijken, zag de lucht<br>Het nat dat van de bomen drupt<br>De laatste druppels regen dropen<br>De lucht weer prachtig blauw en open<br>Ik keek nog verder en de wind<br>Blies mij een wonder toe gezwind<br>De geur die bij een boomgaard hoort<br>En daarmee werd iets aangeboord<br>Hoe \u2019t kan dat snap ik net zo min<br>Ik ademde mijn ziel weer in<br>Ik sprong op, riep de aarde aan<br>Zoals maar zelden wordt gedaan<br>Ontegenzeglijk klonk een kreet<br>Van wie eerst dood was, nu weer leeft<br>En ik omarmde bomen innig<br>Kuste de grond, leek wel waanzinnig<br>Ik keek omhoog, mijn armen bevend<br>Ik lachte, lachte, was weer levend<br>Tot ik een snik niet meer kon smoren<br>Het bonzen van mijn hart kon horen<br>En tranen in mijn ogen stonden<br>O God, zelfs als u zich vermomde<br>Herkende ik uw heerlijkheid<br>Uw lichtende persoonlijkheid<br>Door \u2019t gras komt u niet aangetogen<br>Maar \u2018k zou u g\u00e0\u00e0n zien met mijn ogen<br>Al weet ik dat u zwijgzaam bent<br>Toch antwoordt mijn gedempte stem<br>Ik weet welk pad leidt naar uw wegen<br>De dagen heeft aaneengeregen<br>God, duw ik nu wat gras opzij<br>Uw hart is voelbaar, zo nabij<br>Weids is de wereld aan weerszijden<br>Het hart, de wereld, niets is weidser <br>Ver strekt zich \u2019s werelds hemelboog<br>De ziel, de wereld even hoog<br>Het hart, ze kan de zee, het land<br>Wegduwen en elk naar een kant<br>De ziel, ze kan de hemel splijten<br>En zo Gods aangezicht zien schijnen<br>Maar kan het Oost van West niet scheiden <br>Dan zal het hart daaronder lijden<br>Wie zielloos is ervaart al gauw<br>Dat hem de hemel zeer benauwt<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Zolang er niemand fietst is het landschap waar ik doorheen rijd groot, hoog en ver weg, inclusief het duin, de dijk en de lucht, maar zodra twee mensen in regenjacks eroverheen fietsen krimpt alles, behalve de fietsers, die torenen boven alles uit in het blauwe licht van de lucht. Wat is die dijk popperig. Dat<a href=\"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/frequenties\/\" class=\"read-more\">Read more &raquo;<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[2080,3297],"tags":[4020,4019,3730],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/64259"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=64259"}],"version-history":[{"count":11,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/64259\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":64277,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/64259\/revisions\/64277"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=64259"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=64259"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=64259"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}