{"id":61553,"date":"2019-12-15T04:13:18","date_gmt":"2019-12-15T04:13:18","guid":{"rendered":"http:\/\/www.imhd.nl\/log\/?p=61553"},"modified":"2019-12-16T04:17:23","modified_gmt":"2019-12-16T04:17:23","slug":"de-uitvlucht-dat-je-toch-niet-alles-kunt-weten","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/de-uitvlucht-dat-je-toch-niet-alles-kunt-weten\/","title":{"rendered":"de uitvlucht dat je toch niet alles kunt weten"},"content":{"rendered":"<p>A.L. Snijders schrijft,<\/p>\n<p>[&#8230;] Later op de avond kreeg ik een boekje Het eb en vloed van taal van Marten van der Meulen in handen. Vol met kennis die ik niet heb. In de meeste gevallen verborg ik me achter de uitvlucht dat je toch niet alles kunt weten, maar toen ik iets las over het oudste Nederlands, was ik onaangenaam verrast. Ik herinner me dat ik op de middelbare school heb geleerd dat het oudste Nederlands uit de 11e eeuw stamt, gevonden in een handschrift. &#8216;Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu.&#8217; Vertaald: &#8216;Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten we nu op?\u2019<br \/>\nMarten van der Meulen schrijft dat het oudste Nederlands gevonden is in een wetboek uit de 6e eeuw. Maltho, thi atomeo, theo. Dit betekent: \u2018Ik zeg, ik laat jou vrij, slaaf.\u2019 Hij legt uit: &#8216;Waarom beschouwen we deze zin eigenlijk als Nederlands? De woorden lijken niet op het Nederlands dat we nu kennen. En toch heeft deze zin, en vooral veel andere taal uit dezelfde wetboeken, eigenschappen die niet voorkwamen in enige andere taal die in die tijd gebruikt werd. Eigenschappen die wel in latere fasen van het Nederlands doorgroeiden. Eigenschappen die deze zin en uiteindelijk het Nederlands scheiden van alle andere talen van de wereld.&#8217;<br \/>\nToen ik dat gelezen had, was ik ten slotte toch tevreden. [&#8230;]<\/p>\n<p><!--- Universiteit\n\nVoor de viering van het Nederlands reed ik van Lochem naar Leiden, 155 kilometer. Ik vertrok op tijd en ik arriveerde op tijd, maar zoals altijd liep ik vast in de stad. Ik kon geen parkeerplaats vinden en ook de ondergrondse garage was onvindbaar, we waren dus te laat bij het Taalmaal in het Boerhave Museum. De weinige mensen die op straat liepen wisten niet waar het Boerhave Museum zich bevindt, maar iedereen zei dat we het zeker zouden vinden, want Leiden is een kleine plaats. Ze hadden gelijk, we waren weliswaar laat, maar aten tenslotte toch aan \u00e9\u00e9n tafel met professoren van de oudste universiteit van ons land. Ik vroeg me af of ze zich allemaal bezig hielden met onze eigen taal, maar mijn buurman bijvoorbeeld bleek gespecialiseerd in Afrikaanse talen, waarvan er tot mijn verbazing meer dan tweeduizend bestaan. Hij was dus het grootste deel van zijn tijd in Afrika. Later op de avond kreeg ik een boekje Het eb en vloed van taal van Marten van der Meulen in handen. Vol met kennis die ik niet heb. In de meeste gevallen verborg ik me achter de uitvlucht dat je toch niet alles kunt weten, maar toen ik iets las over het oudste Nederlands, was ik onaangenaam verrast. Ik herinner me dat ik op de middelbare school heb geleerd dat het oudste Nederlands uit de 11e eeuw stamt, gevonden in een handschrift. 'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu.' Vertaald: 'Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten we nu op?\u2019\nMarten van der Meulen schrijft dat het oudste Nederlands gevonden is in een wetboek uit de 6e eeuw. Maltho, thi atomeo, theo. Dit betekent: \u2018Ik zeg, ik laat jou vrij, slaaf.\u2019 Hij legt uit: 'Waarom beschouwen we deze zin eigenlijk als Nederlands? De woorden lijken niet op het Nederlands dat we nu kennen. En toch heeft deze zin, en vooral veel andere taal uit dezelfde wetboeken, eigenschappen die niet voorkwamen in enige andere taal die in die tijd gebruikt werd. Eigenschappen die wel in latere fasen van het Nederlands doorgroeiden. Eigenschappen die deze zin en uiteindelijk het Nederlands scheiden van alle andere talen van de wereld.'\nToen ik dat gelezen had, was ik ten slotte toch tevreden. Had ik maar moeten gaan studeren aan de oudste universiteit van ons land.\n\ngras ---><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>A.L. Snijders schrijft, [&#8230;] Later op de avond kreeg ik een boekje Het eb en vloed van taal van Marten van der Meulen in handen. Vol met kennis die ik niet heb. In de meeste gevallen verborg ik me achter de uitvlucht dat je toch niet alles kunt weten, maar toen ik iets las over<a href=\"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/de-uitvlucht-dat-je-toch-niet-alles-kunt-weten\/\" class=\"read-more\">Read more &raquo;<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[4],"tags":[908,2730,3502,3504,3503,3076,1878],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/61553"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=61553"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/61553\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":61554,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/61553\/revisions\/61554"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=61553"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=61553"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=61553"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}