{"id":48175,"date":"2017-01-31T00:01:44","date_gmt":"2017-01-31T00:01:44","guid":{"rendered":"http:\/\/www.imhd.nl\/log\/?p=48175"},"modified":"2017-05-03T07:53:39","modified_gmt":"2017-05-03T07:53:39","slug":"kunst-verslaving","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/kunst-verslaving\/","title":{"rendered":"verslaving"},"content":{"rendered":"<p>Kun je verslaafd raken aan kunst? Kunst als fix. Is dat mogelijk? En zo ja, erg?<br \/>\n\tIn een boek over verslaving lees ik dat je spreekt van een contraproductieve reflex als het effect van een handeling het tegengestelde is van wat je ermee beoogt. Bijvoorbeeld krabben bij een muggenbeet. Door te krabben wordt de jeuk juist erger.<br \/>\n\tKunst krabt, dat weet ik zeker. Ze verlicht mijn ongemak, en hoewel dat goed voelt, komt er geen einde aan de jeuk. Waar die jeuk, de onrust, vandaan komt, kan ik moeilijk onder woorden brengen. Ze heeft iets te maken met de wereld, het grote ding dat leven heet, en het gevoel ergens middenin gegooid te zijn.<br \/>\n\tKunst bezweert mijn onrust.<br \/>\n\tO ja, ik krab. Ik sla een boek open, bekijk een voorstelling, loop door een installatie, sla een boek open, bekijk een voorstelling.<br \/>\n\tMaar ze neemt de onrust niet weg.<br \/>\n\tLaatst nog. Een kunstenaar toonde in een meterslange reeks prachtig vormgegeven diagrammen dat we een bepaald virus met ons meedragen, en hoe makkelijk we dat oplopen. In dezelfde tentoonstelling liet een ander zien dat er veel gif in rijst zit. Hij had een wonderschone installatie gebouwd, een soort glazen machine waarmee dat gif aan voedsel onttrokken wordt, en tegelijkertijd iets anders wordt gecre\u00eberd.<br \/>\n\tDie expositie gaf me scherpere ogen, maakte me klaarwakker, maar bezwoer geenszins de onrust die ze opriep. Wilde ik dit weten?<br \/>\n\tDe essentie van verslaafd zijn is niet het verslavende middel, de roes, maar de angst voor stoppen. Als ik stop met kunst, geef ik iets belangrijks op. Wat ik opgeef? De hoop dat ik soelaas vind, dat anderen me iets te zeggen hebben, dat er betekenis is, hoe kortstondig ook: in een verhaal, een schilderij, een installatie.<br \/>\n\tJe zou kunnen zeggen, wat doe je moeilijk, je hoeft toch helemaal niet te stoppen? Je kunt kunst prima tot je nemen in kleine doseringen, zie het als homeopathie.<br \/>\n\tMaar ik merk dat ik mezelf goed wil voelen. Mezelf wil kunnen troosten, kunnen prikkelen. Mezelf genoeg zijn zonder me te hoeven laven aan lijven van wie het zweet niet het mijne is. <\/p>\n<p><!--- Kunst in tijden van onrust is in de eerste plaats mijn onrust. Ik heb kunst, boeken, theater nodig.\n\n***\n\nIk ben een oeuvre-kijker, monogaam, ik ga altijd naar Laura van Dolron. \n\nHet prettige aan Laura is dat zij me nooit vergeet. Sommige makers doen dat wel, die vergeten de toeschouwer. Laura vergeet nooit dat ik er ben, ik beschouw dat als een genereuze houding. Als ze iets zegt, en ze praat nogal veel, is ze zich er altijd van bewust dat ze iets zegt, en dat ik, haar trouwe toeschouwer, op dat moment gewaarword dat ze iets zegt. Wat ze zegt heeft ze natuurlijk van tevoren bedacht, maar dat ze iets zegt speelt een net zo belangrijke rol. Ze neemt haar publiek zeer serieus. Ze wroet als een blinde mol in mijn hoofd, en integreert wat ze denkt dat ik denk over wat zij zegt direct in wat ze nog gaat zeggen. Dat komt voor mij nog het dichtst in de buurt van hoe de geest werkt: altijd in dialoog. En blijkbaar zoek ik dat, noem het geest, of dialoog, want je kunt in het theater natuurlijk ook iets anders zoeken: muziek, licht, donker, lijven, mathematische patronen, harmonie, zweet, trance, wat ik noem: verdoving van de geest, vervoering van het lichaam. \n\n***\n\nDe situatie is als volgt.\n\nIk zit op een stoeltje in het donker. De voorstelling heet WIJ. In die voorstelling stelt Laura de vraag: 'wie zijn WIJ?' Dan slaat ze aan het essayeren. Op een gegeven moment herformuleert ze de vraag, ze verleent de vraag urgentie, ze zegt zoiets als: 'als het mes op je keel gezet wordt, waarvoor zou je dan willen sterven?' \n\nZou ik voor kunst willen sterven?\n\n'Nee' of \u2018nergens voor\u2019 is een te makkelijk antwoord, en bovendien vraagt ze dat niet. Waarvoor wel?\n\nIk kijk naar Laura, mijmer over haar vraag, zie hoe ze praat, zwoegt en ploegt en denk: ze laat me denken, standup philosophy laat me denken, en dat levert gedachten op waar ze doorheen praat wat het denken bemoeilijkt, en terwijl ik haar scalpel zie flitsen, denk ik, is dit \u2013 denken, wat Laura hier doet \u2013 genoeg? \n\tIs het essayistische, de twijfel als grondhouding, genoeg? Wil ik niet gewoon een antwoord horen? Laura, kom op. \n\nWie zijn wij?\n\nNaarmate de voorstelling langer duurt, golft meer en meer twijfel door me heen, ik dool in Eschers trappenhuis, loop omhoog en omhoog, terwijl ik tegelijkertijd in een spiraal naar beneden dwaal. Oh, daar ligt de vraag nog steeds. \n\nIets knaagt, een rat aan een kabel. Laura, geef antwoord. Wie zijn wij?\n\nKortom, ik dissocieer. Dat zijn goede momenten, omdat ze zo dwingend zijn en me een pas op de plaats laten maken. Wat staat ze hier eigenlijk te doen, wat zit ik hier eigenlijk te doen, wat gebeurt hier eigenlijk?\n\nSoms wil ik dat iemand mijn denken eenvoudig schoonblaast, als een bladblazer. Dan ligt het spul een meter verderop. En dan kan (wil) ik lachen om die hoop bladeren.\n\nMaar goed, dat is toch wat makkelijk. Kunst als bladblazer.\n\nHet zou namelijk best eens kunnen zijn dat Laura echt antwoord wil. Ze vertelt dat een man een keer iets geroepen had tijdens een voorstelling. En misschien is het wishful, maar toen ze dat zei dacht ik: wacht, het is haar menens, ze wil antwoord, ze wil het echt graag, maar het blijft zo oorverdovend stil in theater. En meteen daarna dacht ik, je hebt een verdomd moeilijk medium gekozen voor een dialoog. \n\nTheater zoals ik het ken \u2013\u00a0ik ben geen veelbezoeker \u2013 is angstaanjagend passief, het gebrek aan interactiviteit tijdens WIJ kneep mijn keel dicht. We schoten collectief tekort, zo voelde het. We hadden niet zo'n man in ons midden die wat riep, die avond. Natuurlijk was er applaus, gehoest, gelach en stilte; allerlei soorten stiltes, ja, daar is het theater goed in, in prachtige stiltes, en in iemand die ze stuk maakt met datzelfde applaus, gehoest en gelach. Dat bijzondere, zeldzaam korte, wonderlijk breekbare moment aan het einde van een voorstelling, waarin de stilte trillend ligt te wachten op degene die als eerste klapt.\n\tHet gezamenlijk ervaren van stilte is misschien wel het meest bijzondere aan het theater.\n\nIk had die stilte kunnen doorbreken. Het leek of Laura daarop wachtte, en ik had makkelijk kunnen roepen, Herman de Coninck! Lees Herman de Coninck. Hij hield ooit een prachtig pleidooi voor de opsomming. Hij schreef:\n\n'De opsomming is tolerant. Ze lijkt lukraak, en misschien juist daardoor is ze onontkoombaar. [...] Er is geen betekenis, tenzij alles. Je moet natuurlijk van opsommingen houden [\u2026] Maar als je daarvan houdt, van de democratie ervan, van het gevoel dat alles erbij mag horen, en als je je de tijd geeft om het opgenoemde \u00e9\u00e9n voor \u00e9\u00e9n ook te zien, dan krijg je een mooi ars poetica cadeau.' \u2013 Het proza, Herman de Coninck\n\nDaar heb je je antwoord.\n\nWIJ zijn een opgesomd alles. \n\nIk ben vergeten dat tegen Laura te zeggen. Of vergeten is niet het juiste woord. Ik ga niet roepen in een doodstil theater, ik ben niet die man in het publiek. \n\nToch had dat prima gekund, tot tweemaal toe had ik de gelegenheid, eerst tijdens de voorstelling, maar ook daarna nog een keer, in de foyer, waar rode bierviltjes lagen waarop je iets kon schrijven. Maagdelijk lagen ze daar. Dat ontroerde me, zoals een ongebruikt voorwerp je opeens kan ontroeren. Combinatie van onschuld, hoop, verwachting.\n\tIk stak het bierviltje in mijn tas en bleef de mogelijkheid ontkennen dat Laura echt een antwoord op haar vraag wilde. Ik zou zometeen terugrijden naar huis, gaan slapen en morgen zou ik opstaan en naar werk gaan. En toen dacht ik, en dat was misschien een belangrijk moment, een plotwending, er verandert niets. \n\tWanneer geef ik gehoor aan de vragen die kunst me stelt, ons voortdurend stelt, aan het appel dat Laura hier en nu, op me doet?\n\tWie zijn WIJ? En ik zwijg. En dat is het meest vrijblijvende wat je kan doen.\n\nLaura suggereerde trouwens zelf dat we dat juist zouden moeten doen, zwijgen. Eerst eens tien jaar nadenken, voordat je iets roept. Maar het probleem was hier nou juist dat niemand iets riep. \n\tZe had het tegen zichzelf, dat kon haast niet anders. Laura, geef jezelf toestemming, dacht ik. Ga tien jaar nadenken. Of nee, dat dacht ik later pas. Op het moment zelf voelde ik me in de steek gelaten. Haar twijfel was te groot, ook als het geen echte twijfel was, maar gespeelde, een dramaturgische keuze om me bij de les te houden. Mijn aanvankelijke teleurstelling sloeg om. Ik had er genoeg van, van twijfel, en van twijfel aan de twijfel. Kreeg zin alles en iedereen het nadeel van de twijfel te geven. De rek was uit mijn eigen houding.\n\nWelke verantwoordelijkheid heb je als theaterpubliek? Als consument?\n\n***\n\nHet kan ook anders. Je kunt jezelf ook uit de dialoog verwijderen en je publiek op die manier een spiegel voorhouden. \n\nMicha Wertheim was er niet in Ergens anders. Afwezig in zijn eigen voorstelling. 'Mijn publiek kan dat wel aan,' zei hij zelfverzekerd via een geluidsband. Grappig gegeven.\n\tHet zou natuurlijk kunnen dat hij in tegenstelling tot wat hij beweerde wel degelijk aanwezig was, en die woorden live sprak, vanuit de coulissen of vanuit de kleedkamer, als een onbetrouwbare verteller, maar hij stond in ieder geval niet op toneel en koos ervoor om zijn woorden als een publieke podcast uit de hemel te laten neerdalen. Hij was een kalme god, we dobberden in zijn ark, enigszins afwachtend, stuurloos wil ik het niet noemen, want de voorstelling bleef gescript, Wertheim had de touwtjes stevig in handen.\n\tHij stuurde een geprogrammeerd robotje, dat voorzichtig het toneel kwam opstappen. Het robotje had een vreemde levendigheid, misschien omdat het zo klein was en zo alleen op een groot donker podium stond en een smurfen-stemmetje opzette. \n\nWaar Laura een gesprekspartner leek te missen, keek Micha hoe ver hij kon gaan door zelf de missende persoon te zijn. Maar, en dat was het verrassende, daardoor gaf hij antwoord op Laura's vraag. Wie wij zijn? Altijd ergens anders. Dus ja, waarom de theatermaker niet? En waarom zat ik daar als publiek eigenlijk nog?\n\tWertheim vertelde over de vervreemding die hij een keer had gevoeld toen hij zich na afloop van een voorstelling in de foyer had gewaagd. Het publiek dat daar stond kende hem wel, maar hij hen niet. Dat voelde gek. Together alone.\n\tDatzelfde gevoel heb ik juist in een theaterzaal, met vreemde mensen voor en achter me. Sherry Turkle bedacht die term ooit voor social media, maar online ervaar ik die vervreemding nooit. Wel in een ruimte met anderen.\n\tErgens anders.\n\tDat is de geest altijd.\n\tJa.\n\tIk voelde me opgelucht. Ik keek hier bij de afwezige Micha, net als bij Laura, naar geest, bewustzijn, gewaarzijn. \n\nMeta.\n\nMaar \u00e9\u00e9n ding begreep ik niet: waarom willen deze makers me nog neerzetten in een benauwende theaterzaal, dan en daar, gevangen in hun script? \n\n[Harde cut naar een video op vimeo, Seven on Seven 2016: Miranda July and Paul Ford]\n\nMiranda July zit met Paul Ford achter een laptop voor een zaal van 150 toeschouwers. Op bezwerende toon beginnen ze hun verhaal. 'You were born in Korea. You were born in Hong Kong and raised in Toronto. You were born and raised in Cairo. You were born in Beirout during the civil war. You slept straight through the bombings. You were born in Brasil. You were born in Lima, Peru.' \n\tOm beurten lezen ze tekst van het laptopscherm. Op het grote scherm verschijnen foto's, video's en screenshots, gemaakt met smartphones. \n\tZonsondergang na zonsondergang.\n\tEen lift die naar beneden gaat.\n\tEen tattoo. Schaafwonden.\n\t'Your mum says the world is a very exciting place. It's just very exciting, she says. She says this all the time.'\n\tDe cadans is prachtig. Alsof elke zin een klik of tap is.\n\t'You ate this. You ate this. You ate this.'\n\tTelefoonnummers worden voorgelezen.\n\tLangzaam daagt het bij het publiek dat ze niet naar fictieve personages luisteren. Ze zijn het zelf. July en Ford hebben alle aanwezigen gecyberstalked. 'We just googled the fuck out of everything.' Met de gevonden data hebben ze een verhaal geconstrueerd: een collectief portret van het publiek. \n\tWIJ.\n\tSommigen voelen zich aangevallen. Iemand geeft toe dat ze trots is dat ze vaker dan \u00e9\u00e9n keer voorkomt. 'When my content flashed across the screen, I felt a rush of endorphins not unlike when you log onto Instagram and see new likes.' \n\tHet stuk heet May 14th 2016. \n\t'My interest was that there\u2019s this group of people that is only going to be together on this one day and never again\u2014who are they?' zegt Miranda July.\n\t\nDit is het grote raadsel dat het theater mij keer op keer voorschotelt: een groep mensen, dan en daar, this one day and never again. Who are they? \n\nHet web heeft al lang een antwoord op die vraag.\n\tDezelfde katten, dezelfde koppen koffie (bovenaanzicht), dezelfde foto's van Prince (dood) op Instagram.\n\tDe performance van July stompt in mijn maag.\n\tWIJ is een angstaanjagend klein kringetje.\n\n'Bij alles wat ik zeg over wie WIJ zijn, is er iemand die denkt Ik ben niet zo. Dat zegt veel over wie wij zijn,' staat op Laura's bierviltje. \n\nEr is jeuk op mijn rug waar ik niet bij kan. ---><\/p>\n<p><!--- Kunst in tijden van onrust - Marie Kleine-Gartman Essaywedstrijd 2016 ---><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kun je verslaafd raken aan kunst? Kunst als fix. Is dat mogelijk? En zo ja, erg? In een boek over verslaving lees ik dat je spreekt van een contraproductieve reflex als het effect van een handeling het tegengestelde is van wat je ermee beoogt. Bijvoorbeeld krabben bij een muggenbeet. Door te krabben wordt de jeuk<a href=\"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/kunst-verslaving\/\" class=\"read-more\">Read more &raquo;<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[20,1863],"tags":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/48175"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=48175"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/48175\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":50225,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/48175\/revisions\/50225"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=48175"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=48175"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.imhd.nl\/log\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=48175"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}