We verborgen ons in dicht struikgewas en onze redding was het moeras, daar kwam geen strafpeloton. Het was trilveen. Het slokte alles op, spullen en mensen. Dagenlang, wekenlang stonden we tot onze hals in het water. We hadden een telegrafiste die net bevallen was. Haar baby had honger… Het kind wou de borst… Maar zijn moeder had zelf ook honger, ze had geen melk en de baby huilde. Het strafpeloton naderde… Met honden… Als de honden het zouden horen, waren we er allemaal geweest. De hele afdeling, zo’n dertig mensen… Begrijpt u? De commandant nam een beslissing… Niemand durfde de order aan de moeder over te brengen, maar ze raadde het zelf. Ze liet haar bundeltje met de baby zakken en hield het lang onder water… Geen babygehuil meer… Geen geluid… Maar we konden onze ogen niet opslaan. Niet naar de moeder en niet naar elkaar… – Svetlana Alexijevitsj

***

Om verhalen uit iemand te krijgen is niets speciaals nodig. Alleen oprechte interesse, schrijft ze ergens.

Ik zit lang in vreemde huizen of appartementen, soms vele dagen. We drinken thee, passen net gekochte bloesjes, bespreken kapsels en recepten. Bekijken samen foto’s van de kleinkinderen. Pas dan, na zekere tijd, hoe lang en waardoor is niet te zeggen, komt ineens het langverbeide moment dat zo’n vrouw de norm laat varen – dat gips en gewapend beton van onze monumenten – en dat ze aankomt bij zichzelf, in zichzelf. Dan vertelt ze niet meer over de oorlog, maar over haar jeugd. Over een stuk van haar leven… Dat moment moet ik dan grijpen en niet laten lopen. Vaak na een lange dag vol woorden

Is mijn onderzoeksdrang ontstaan uit gebrek aan kennis? Of volgde ik een intuïtie? Dat is ook mogelijk…

Vaak zie ik hoe ze naar zichzelf luisteren. Naar het zoemen van hun ziel.

»