Ik hang vetballen in het boompje op 1 meter van het keukenraam opdat vogels erheen vliegen, het schouwspel in: Vlaamse gaai, bonte specht, kauw, roodborstje, halsbandparkiet, zes stuks met inderdaad banden om hun hals. Maakt het verschil uit of iets je door list of geluk ten deel valt? Ze komen ‘s ochtends en ‘s middags, vol kleur en geschreeuw en strijd. De kunst van niet doen is niet niets doen, ik koop handenvol pinda’s. De parkieten knagen stukjes noot uit het vuistje, die ze met hun klauwtjes omklemmen. De Vlaamse gaai laat een ongepelde pinda in het geheel in zijn keel glijden, het beeld schuurt langs mijn ogen, blijft steken in mijn bevattingsvermogen. De kat zit naast me te krrrrrrr-en, naar vogels die op de grond huppen. Things will open up of themselves, according to their nature. En: That vast mass of little problems and floating ideas which are aroused and evoked by our passage through the world. A.C. Benson.

«