Waarom zou ik eigenlijk leven? vraagt een studente aan Steven Pinker. Je zou kunnen leven om te bestendigen wat jou doet leven.

[…]

Meer dan ooit moeten de idealen van wetenschap, rede, humanisme en vooruitgang vurig verdedigd worden. Wat ze ons opleveren zijn we vanzelfsprekend gaan vinden: pasgeboren baby’s die meer dan acht decennia zullen leven, markten met een overvloed aan voedsel, schoon water dat met één beweging van onze hand of vinger verschijnt en uitwerpselen die met een andere beweging verdwijnen, pillen die ons van een pijnlijke infectie afhelpen, zoons die niet naar het front worden gestuurd, dochters die veilig over straat kunnen, critici van machthebbers die niet in de gevangenis worden gegooid of worden doodgeschoten, alle kennis en cultuur uit de hele wereld die beschikbaar is in het zakje van een overhemd. Maar dit zijn menselijke prestaties, geen dingen waar ieder mens bij de geboorte recht op heeft. Veel lezers van dit boek kunnen zich herinneren dat oorlog, schaarste, ziekte, onwetendheid en dodelijke gevaren vanzelfsprekend waren, en voor mensen die in minder fortuinlijke delen van de wereled leven is dit de dagelijkse realiteit. We weten dat landen weer in die primitieve omstandigheden kunnen vervallen, dus lopen we gevaar wanneer we negeren wat de Verlichting teweeg heeft gebracht. In de jaren nadat ik de vraag van die jonge vrouw had beantwoord, ben ik vaak herinnerd aan de noodzaak de Verlichtingsidealen (die ook wel humanisme, de open samenleving en kosmopolitisch of klassiek liberalisme worden genoemd) opnieuw onder woorden te brengen.

[…]

De idealen van de Verlichting zijn voortgebracht door de menselijke rede, maar ze botsen altijd met andere aspecten van de menselijke natuur: trouw aan de stam, eerbied voor het gezag, magisch denken, het zoeken van zondebokken. – Steven Pinker

[Hoe wapen je je tegen onwetendheid, onwil, ressentiment? Hoe verdedig je verlichtingsidealen? Ik realiseer me dat het uniek is dat ik als dochter veilig op straat kan, dat er iets is om voor te strijden. Ik zit in het verzet, zonder dat ik weet hoe dichtbij de vijand is. Ik wil vandaag dit dikke boek lezen en niet het dikke boek van Buwalda. Ik heb behoefte aan data hard als de schaal van de walnoot die ik kraak. De narcissen steken hun gele koppen op, eerst komt geel.]