Dus je wil je roeping weten?
Verlang naar onzichtbaarheid, zegt ze.

Maandagochtend in een rechthoekig lokaal, achter een grijze deur, tussen gladde wanden, achter glas – ik kan nergens punaises in prikken, er is niks poreus of zacht behalve slungelige benen en armen en tassen en een broodje rucola.

Het gebouw blijft hagelnieuw, elke dag worden de vloeren gedweild, stof en zand en pollen en seizoenen maken geen kans. Een jaar lang draag ik dezelfde kleding, het is altijd even warm, tegen het koude aan, omdat je dan harder werkt.

Lampen kan ik niet uitdoen, ramen niet open. Het gebouw is uiterst kindveilig. We zijn kinderen, docenten en studenten en roosteraars, er wordt voor ons gezorgd, besloten. Zodra een straaltje zonlicht binnenvalt, zakt de blindering naar beneden.

Dus je staat in de klas en opeens zakken rode rolgordijnen naar beneden en ik kan ze niet omhoog doen, ze zitten aan de buitenkant, als dichtvallende oogleden, ik heb geen lucifers of wasknijpers, niks om ze open te houden.

Terwijl licht en uitzicht – de uitgestrekte hemel boven Amsterdam vanaf de tiende verdieping van het Wibauthuis – prachtige features zijn van de hogeschool. Ik onderbreek de les om in het rond te kijken, ik wijs Het Rijksmuseum aan.

Ik voel me goed. Ik lees The machine stops waarin Vashti niet direct in de zon wil kijken, directe ervaring is onwenselijk, onverdraaglijk, geen beschaving, beschaving is het uitbannen van de directe ervaring, natuur beheersen.

Het grijs van school bevalt me, grijs van asfalt, niet van mistflarden.

Er mogen bijvoorbeeld ook geen honden in het gebouw.

»