Het statiegeldapparaat hapert, verandert in een couveuse waarin ik mijn hand steek.
Het display knippert ‘hulp inroepen’.
Ik aai de lege fles.
Dan vang ik een glimp op van een gelukkige toekomst: een hand aan de andere kant van het gat trekt de fles naar binnen, de benodigde mens!
Ik realiseer me mijn denkfout.
Er verandert nooit slechts één ding.
Als de machine stopt, geraak ik niet binnen, niet bij het apparaat, de schuifdeuren blijven potdicht.
Denken is nutteloos, tenzij er een concreet probleem is dat een oplossing vereist.