Hoop is, behalve het idee dat de status-quo een tijdelijke conditie is, ook de overtuiging dat verandering niet altijd verslechtering hoeft te betekenen. Hoop is de bron waaraan het werk van Rebecca Solnit ontspringt, schrijft Jan Postma. Rebecca Solnit schreef het mooiste boek dat ik afgelopen jaar las, The Faraway Nearby. Natuurlijk kun je zomaar wat beweren. Dat gebeurt voortdurend. Ik heb geen hoop.

Liefde haal ik vandaag, walking on the egg-shells of affection, uit lezen over planten en kijken naar vogels. Staartmeesjes, spreeuwen, duiven, kauwen, koolmeesjes, pimpelmeesjes, een komen en gaan, een wit laagje op de takken. Ik benijd de staartmeesjes, ze zijn nooit alleen, ze kunnen daar dus van dromen, ze lijden nauwelijks onder kou en regen, ze fladderen levenslustig als altijd. Het is onbegrijpelijk waarom vogels niet vliegen naar de plek waar voedsel hangt. Ze huppen en tuimelen en glijden van takken.

Kun je als plant moe zijn zoals een mens, van het aanhoudende gepik van vogels in je bast? Sommige mensen beweren een mensenmens te zijn, misschien zijn er ook vogels- of plantenbomen. Planten en bomen blijken in ieder geval net als mensen intelligent. Ze manipuleren, bedriegen, belonen, streven en werken samen. Een plant leest zijn omgeving ook, lees ik (Plantaardig, Th. C. W. Oudemans). Ik herinner me een gedachte van Simone Weil – dat licht uit de hemel valt, en een boom dus geworteld is in de lucht. Ik geloof dat ik haar moet lezen.