Aan Google hangt iets ongelooflijk science fiction-erigs. Ze doet iets onbestemds met tijd en ruimte, mijn beleving ervan. In het universum dat ze creëert is het nu en gisteren, een duizelingwekkende ervaring, waar ik niet te lang bij stil moet staan. Op mijn desktop prijkt een foto van een eenzame figuur, op de rug gezien. De foto is genomen door Google, me dierbaar omdat ze doet denken aan een schilderij van Caspar David Friedrich. Een jonge man staat bij een vangrail, op een snelweg, handen in de zakken, hij staart voor zich uit, een vrachtwagen raast voorbij. Hij bevindt zich op de Tomei Expressway, in Japan, hemelsbreed zo’n 9.291 kilometer vanwaar ik woon, als ik met de auto via Rusland zou rijden 13.289 km. Google heeft honderdduizenden foto’s aan elkaar geplakt, een horizontale Jakobsladder die ik geduldig beklim, muisklik na muisklik, om bij die jongen uit te komen. Eén moment denk ik dat hij er zo overheen stapt, de weg op – en wil ik hem tegenhouden. Maar waarom eigenlijk? Iets in het blauw van zijn jas, het grijs van het asfalt.