Mijn boeken staan in kolommen. Ze liggen.

Een boek is voor driekwart een open wond, aan de kanten waar de bladzijden zitten, honderdvoudig dun en kwetsbaar, spierwit, vlijmscherp, het voelt raar om een boek op die open wond neer te zetten.

Weersverwachting (Weather) van Jenny Offill leg ik op de stapel Atomair.

Het boek staat vol grappen. Het staat vol angst, vol ontkenning, vol weten: Trump, klimaatverandering, preppen, het loochenen van jezelf, de nooit aflatende zorg voor anderen, verslaving, neerwaarts mobielen, niet handelen, antwoorden zoeken in boeken.

Ik lees het boek in een paar uur uit, waardoor het gevoel in mijn maag dat ik dingen had kunnen, missschien wel had moeten, doen – diezelfde dreiging waarover je leest bedreigt immers ook jouw leven terwijl je leest – beheersbaar blijft. Iets doen kan nog steeds. Je kunt naar de tandarts nu dat nog kan. Je kunt duizend aanstekers kopen. Tegelijkertijd weet je, jij bent de hoofdpersoon die leest in plaats van handelt.

Everything — everything significant that had earlier caught one’s attention — should be reread… The main impression you got from reading books in Leningrad during the Siege was the enormity of the world, as opposed to the cramped, cold, dark room in which you sit by the guttering wick of an oil lamp. — Polina Barskova, Besieged Leningrad

Hier komt een grap.

Q: Wat is de filosofie van het laatkapitalisme?
A: Twee wandelaars komen onderweg een hongerige beer tegen. Een van hen haalt zijn renschoenen tevoorschijn en trekt ze aan. ‘Beren rennen harder dan mensen’, fluistert de ander. ‘Ik hoef alleen maar harder te rennen dan jij’, zegt de eerste.

In een bibliotheek ben je welkom en hoef je niets te kopen.
We zouden bibliotheken vol alles kunnen maken.
En websites vol verplichte hoop (obligatorynoteofhope.com).