De mens is hooguit een kasplant
Mensen beschouwen zichzelf misschien enigszins als dieren, maar zeker niet als planten, ook niet in hun taal. Als het menselijk plantaardige al aan de orde is, dan is dat hooguit om een geschonden mens te beschrijven, als een kasplant die vegeteert. Of om het embryonale voorstadium van mensen weer te geven: een ongeboren vrucht, die ontkiemt als een product van bevruchting door het zaad van vruchtbare ouders die zich voortplanten.

Met acht kerels naar bed
De relatie tussen bloemetjes en bijtjes is heel lang niet gelegd. Ook de 18de eeuwse Zweedse geleerde Linnaeus, die zijn beroemde indeling van het plantenrijk heeft gemaakt (Species Plantarum), had nog geen weet van kruisbestuiving bij planten. Aangezien veel planten hermafrodiet zijn, ging hij ervan uit dat zij zichzelf bevruchtten. Een bloem met één stamper en acht meeldraden beschreef Linnaeus als een vrouw die haar bed deelt met acht kerels. Die seksuele benadering werd hem niet in dank afgenomen. Jammer voor de vrouwen van zijn tijd, die vaak tuinieren en plantkunde als hobby hadden. Ze mochten zijn boeken niet langer lezen en ook geen bloemen meer ontleden.

List en bedrog
Planten kunnen intelligent manipuleren. Meesters in het bedrog zijn wel de orchideeën. Darwin dacht dat elke bloem nectar leverde, als beloning voor de bestuiver die in ruil daarvoor stuifmeel transporteert naar een volgende bloem en zo voor kruisbestuiving zorgt. Maar veel planten blijken hun bestuiver helemaal niet te belonen. Zo levert ongeveer een derde van de orchideeën geen nectar. Om toch kruisbestuiving te bewerkstelligen, foppen ze hun bestuiver. De tongorchidee bijvoorbeeld geeft een bepaald feromoon af met de geur van een vrouwelijke wesp. Zo wordt de wespenman in de maling genomen. Hij bespringt de bloem, ontdekt gedesillusioneerd het bedrog, maar vertrekt wel met stuifmeel aan zijn lijfje.

Norbert Peeters (in Trouw, 28 januari 2015)